Blogs

Blogs, interview en film

Let op! Vanaf maart 2022 nemen we onze nieuwe website in gebruik. Daarmee verdwijnt het Platform Cultuur en Erfgoed op Sprekend Gelderland. Het plaatsen van artikelen over projecten, ervaringen en blogs blijft in de toekomst mogelijk. Daarvoor verzoeken wij u uw content; tekst inclusief afbeelding (horizontaal) te mailen aan CultuurenErfgoed@gelderland.nl

Wil je zelf een blog of artikel schrijven of een link naar een filmpje of website plaatsen? Dat kan. Klik op 'Bericht toevoegen'. Hiervoor heb je wel een profiel nodig.

  • Uit de verf 3: Carin Unverzagt; uit de serie meer aandacht voor vrouwen uit de kunstcollectie

    Gabrielle de Nijs Bik 17-11-2021 271 keer bekeken 0 reacties
    Carin Unverzagt

    Recent deden we onderzoek naar onze collectie. Daaruit blijkt dat de man-vrouw verhouding van kunstenaars in de collectie niet evenwichtig is. Ongeveer 70 % van de kunstenaars met werk in de collectie is man, ongeveer 30% is vrouw. Eén van de dingen die we doen om daar tegenwicht aan te bieden, is meer aandacht besteden aan vrouwelijke kunstenaars. In deze serie “Uit de verf” brengen we 7 vrouwelijke en 3 mannelijke kunstenaars onder de aandacht. Voor dit derde blog spreken we met Carin Unverzagt, van wie de provincie al langere tijd een aantal zeefdrukken en een bord in bezit heeft. We stellen in deze blogs onder meer een aantal vragen uit de klassieke ‘Proustvragenlijst’ en proberen zo meer te weten te komen over de drijfveren van de kunstenaar.

    Tekst: Gabrielle de Nijs Bik

    Carin Unverzagt (1957) is een ware gastvrouw, ze ontvangt me met een speciaal voor mij samengestelde tafelschikking. We drinken gemberthee en Carin vertelt over haar werk en hoe ze in het leven staat.

    Hoe kijk jij naar de man/vrouw verdeling in de kunst?
    Ik kreeg op mijn veertigste een kind en heb me toen vol overgave op het moederschap gestort. Sommige kunstenaars kunnen dat, hun werk combineren met het ouderschap. Ik niet. Ik kan me niet op twee belangrijke zaken tegelijk focussen, ik ben nogal prikkelgevoelig. Nu mijn dochter volwassen is, pak ik mijn kunstenaarsleven weer op, maar het is best lastig zo’n comeback. Niet zozeer het werken in mijn atelier, dat vind ik heerlijk, maar alle andere dingen die erbij komen, zoals onderdeel zijn van een kunstenaarsnetwerk, dat is lastiger dan ik dacht.

    Het machismo in de kunstwereld is van alle tijden, dat soort kunstenaars lijkt ook altijd platform te krijgen. Die wereld mijd ik. De mannelijke kunstenaars met wie ik omga ervaar ik niet als macho’s. Ik vind het zorgelijk hoe goede vrouwelijke kunstenaars niet beroemd zijn geworden en hoop echt dat dat gaat veranderen. Want evenredig is het nog niet. Gelukkig is er de laatste tijd aandacht voor vrouwelijke kunstenaars uit de geschiedenis en ik verwacht veel van jonge vrouwelijke kunstenaars.

    Wat is je favoriete karaktereigenschap? En welk natuurlijk talent zou je meer willen hebben?
    Ik ben betrouwbaar. Je kunt van mij op aan. Een vriendin heeft wel eens gezegd: als ik een advocaat nodig heb, dan wil ik jou. Keerzijde daarvan is dat die zorgvuldigheid tijd kost. Andere mensen zie ik daar makkelijker mee omgaan. Soms zou ik wel wat meer van die luchtigheid willen hebben. Ik ben sowieso niet zo van de ‘sunny side up’.  Mijn betrokkenheid betekent ook dat ik nogal aangeslagen kan zijn van kleine dingen.

    Wat is je favoriete bezigheid?
    Ik ben graag aan het werk in mijn atelier. Dat voelt als een zinvolle bezigheid, het geeft voldoening. Ik word blij als ik dingen maak uit de materialen die ik verzameld heb uit tweedehands winkels. Ik boor dan dingen aan die ik van mezelf niet kende. Onder mijn handen kunnen dingen ontstaan die heel to the point zijn.

    Wat is jouw idee van geluk?
    Ik vind het lastig om te zeggen dat ik een gelukkig mens ben; geluk komt in momenten. Soms overkomt het me als ik naar kunst kijk, dan krijg ik tranen in mijn ogen. Ik herinner me bijvoorbeeld een moment dat ik in het Prado was, een gevoel van schoonheid overviel me daar. Ik weet niet eens van welke kunstenaar het werk was, het waren de details, het ronddwalen en de sfeer daar die me ontroerden.

    Wat is je huidige gemoedstoestand?
    Mijn huidige gemoedstoestand is goed en stabiel. Ik verheug me erg op tentoonstellingen die er aan komen, waar ik mijn werk laat zien. Een groepstentoonstelling in Brummen (met overigens 3 mannen en 11 vrouwen) eind november en een solo in Arnhem in december.

    Heb je een held/heldin?
    Namen die me in eerste instantie te binnen schieten zijn kunstenaar Louise Bourgeois en zangeres Billie Holiday. Maar ik denk ook aan schrijfster Simone de Beauvoir. Het zijn de helden uit mijn adolescentie. Ik herinner mij de etsen van Louise de Bourgeois die me ontroerden, vooral vanwege de fysieke arbeid van het maken die eruit afleesbaar was. Het maakte iets niet-rationeels, iets onderbewust in mijn los. Ik genoot van de rijkheid daarvan, de diepgang. Mijn heldinnen veroorzaakten mokerslagen, blikseminslagen, pijlen direct naar mijn hart, herkenningen die het begin van het volwassen leven inluiden. Natuurlijk kan ik ook recentere voorbeelden noemen, maar niets is meer zo ingrijpend als dat wat je binnenkrijgt in je studententijd, de tijd dat je je ook eigenzinnig gaat verhouden tot de wereld en ook begint in te zien dat dat mogelijk is en een keuze kan zijn. Ik heb alle boeken van Simone de Beauvoir allang naar de kringloop gebracht, de platen en CD’s  van Billie Holiday beluister ik nog hoogst zelden, ik kijk niet meer dagelijks in de boeken van Louise de Bourgeois, maar dit alles is gegrift in mijn ziel.

    Waar kijk je graag naar?
    Ik ben sowieso een kijker.  Ik fotografeer veel sinds de mobieltjes een camera hebben; het is zo makkelijk geworden. Ik fotografeer wat ik zie, de lichtval in de natuur, mensen op straat, een jongetje dat zit te kijken naar stoere jongens. Heel jammer dat dat vanwege privacy niet zomaar meer gedeeld mag worden op Facebook. Het fotograferen is nooit achteloos, ik leg vast en deel wat mijn aandacht trekt. Maar soms vind ik het ook wel vermoeiend, dan neem ik me voor: vandaag maak ik geen foto’s.

    Met welke materialen werk je?
    Met heel verschillende: ik teken en maak collages, ik fotografeer, ik brei en haak, maar werk ook graag met keramiek en met spullen die ik bij tweedehands winkels vind. De handeling vind ik minstens zo belangrijk als het resultaat. Ik houd heel erg van repeterende handelingen, bolletjes kleien, breien, haken. Dan ontstaat een mentale leegte die me dierbaar is. Ooit heb ik wel eens een tennisarm opgelopen omdat ik veel te lang stipjes had getekend.

    In mijn atelier is een overvloed aan mogelijkheden in materiaal en techniek. Er zijn wel eens mensen die me gevraagd hebben of het niet verstandiger zou zijn als ik me zou beperken in materialen en technieken, maar die variatie hoort bij mij. Hoewel ik soms ook heel fijn vindt om mezelf te beperken. Onlangs zat ik een Artist in residence en daar moest ik mezelf natuurlijk beheersen, ik kon niet mijn hele atelier meenemen.  Daar ontstonden toen collages waar ik heel tevreden over ben. 

    Inmiddels ben ik in een fase dat ik stil sta bij wat ik nog wil maken en wat niet. Mijn brede interesse in materialen technieken moet ik een beetje inperken. Dat betekent dat ik sommige materialen niet meer meeneem uit de kringloopwinkel. Ik denk dat gevoel van eindigheid versterkt is toen mijn partner op zijn 57ste overleed.

    De provincie heeft een aantal zeefdrukken van mij in de collectie. Eigenlijk hield ik nooit zo van die techniek, ik vond het zo vlak. Tot ik Hans Jansen uit Warnsveld ontmoette. Hij is meesterdrukker en kan heel mooi de effecten van potlood naar zeefdruk vertalen. En zeefdruk heeft natuurlijk als voordeel dat je in oplage kunt werken.

     

     

     

     

     

     

    Wat de provincie ook in de collectie heeft is een keramisch bord met een tekening erop. Ik ben met het beschilderen van borden begonnen omdat ik graag decoratieve randen teken. Dat vind ik veel beter werken op ronde oppervlakten dan op vierkante. Rond papier heeft voor mij iets gezochts en zo kwam ik op het idee om keramische borden te gebruiken.

    De kleuren die ik gebruik zijn vaak helemaal niet mijn lievelingskleuren, het kunstwerk bepaalt veel meer welke kleur iets moet worden, intuïtie speelt daar een belangrijke rol bij. Ik gebruik bijvoorbeeld graag een poeder-lichtblauwe kleur, maar dat is ook een weeïge en onuitgesproken kleur. Geel pas ik ook graag toe, dat is dan weer veel meer een uitspraak. Het roept voor mij angst en heftigheid op.

    Wat is het onderwerp dat je bezighoudt?
    Dat is moeilijk in een woord te vangen. Van tevoren heb ik nog niet helemaal in mijn hoofd wat het moet worden. Regelmatig verrast het mezelf wat er onder mijn handen tevoorschijn komt, maar het is nooit zomaar iets. Ik ervaar een innerlijk weten dat stuurt, een bron waaruit ik oneindig kan putten. Hoe dat gebeurt weet ik niet, maar het gebeurt. Ik ben een liefhebber van Art Brut, kunst die buiten de marges van de conventionele kunstwereld ontstaat. Daar voel ik mij verwant mee. Het wordt in de kunstwereld vaak als hermetisch gezien. Gelukkig is de scheiding tussen de kunstwereld en een andere wereld tegenwoordig niet meer zo scherp.

    Eén van de terugkerende thema’s in mijn werk (je ziet het bij het bord en één van de zeefdrukken die de provincie bezit) zijn de hangende beentjes. Mensen vragen zich wel eens af of dat iemand is die zich verhangen heeft. Zo kijk ik er niet naar. Bij het bord zit er iemand in de boom, hij is los van de aarde en de hangende beentjes stralen voor mij hulpeloosheid uit. We staan tenslotte niet allemaal stabiel op de aarde, die thematiek houdt me wel bezig geloof ik.

    Op welk werk ben je trots?
    Dat is een lastige vraag! Soms kan ik heel tevreden zijn over wat ik in het verleden heb gemaakt. Dan kijk ik ernaar als toeschouwer, alsof niet ik maar iemand anders het gemaakt heeft en dan constateer ik dat het toch wel heel goed is. Ik ben heel gelukkig met de collages die in de residency zijn ontstaan. Het heeft me verrast hoe zoiets in korte tijd kon ontstaan en hoe ik zo snel grip op materiaal en onderwerp had.

    Wat vind je ervan dat je werk is opgenomen in de collectie van de provincie Gelderland?
    Eerlijk gezegd wist ik dat helemaal niet. Ik heb nooit documentatie bijgehouden waar mijn werk terecht is gekomen. Ik wil me eigenlijk alleen maar focussen op het maken en daarna doe ik er afstand van. Ik ken de collectie ook helemaal niet.

    Wat heb je met Gelderland?
    De plaats waar ik woon, Dieren, is niet belangrijk voor mij. We gingen hier uit praktische overwegingen wonen: dicht bij het station en een huis met twee ateliers. Maar ik kan niet zeggen dat ik me verbonden voel met Dieren. Natuurlijk vind ik het fijn om dicht bij de IJssel en bij het bos te wonen. De weidsheid van het rivierenlandschap en de geborgenheid van het bos, dat is echt uniek hier.

    Het is best lastig om onderdeel uit te maken van de kunstenaarsgemeenschap in Arnhem, ik heb minder contacten dan ik zou willen. Het is toch een beetje ons-kent-ons in Arnhem.

    Wat wil je dat het de toeschouwer doet?
    Eigenlijk ben ik helemaal niet bezig met de toeschouwer. Ik maak kunst in eerste instantie voor mezelf. Ik heb ooit ontdekt dat ik kunst maak om er troost uit te putten, troost om het leven aan te kunnen. Ik vind het fijn als dat ook zo bij een toeschouwer werkt. Ik heb wel eens meegemaakt dat er mensen op slag ontroerd waren door mijn werk. Dat had wel impact op mij; het is bijzonder om mee te maken dat mensen verbinding kunnen maken met wat ik erin heb gelegd.

    Wie werk van Carin Unverzagt wil zien is welkom bij de volgende exposities:
    26-28 november 2021, ‘Fragments of Desire’ verkooptentoonstelling met o.a. werk van Carin, Gravenstraat 7b in Brummen
    11-19 december 2021, soloexpositie in Kunstruimte NUN, Pastoorstraat 6 in Arnhem

     

  • Top drie voor Gelderse Roos Publieks- en Juryprijs 2021 bekend!

    Erfgoed Gelderland 07-10-2021 68 keer bekeken 0 reacties
    Bericht Top drie voor Gelderse Roos Publieks- en Juryprijs 2021 bekend! bekijken

    Op vrijdag 1 oktober presenteerden de tien eerder genomineerden voor de Gelderse Roos Juryprijs hun projecten in een korte pitch aan de jury. Na deze pitches zijn er nu nog drie projecten in de running voor de juryprijs. De stemperiode voor de Gelderse Roos Publieksprijs sloot ook op 1 oktober. Ook daar maken nog drie projecten kans op.

    Top drie Gelderse Roos Juryprijs
    De jury, bestaande uit Dolly Verhoeven,  Louise te Poele, Marielle Hendriks, Marilyn A-Kum, Marjan van Ooijen en Marc Wingens, was onder de indruk van de korte presentaties, het enthousiasme en de bevlogenheid van de erfgoedorganisaties. De organisaties trokken alles uit de kast om de jury te inspireren. Zo bracht het Zilver Museum Doesburg eigengemaakte mosterdsoep mee en kwam Oorlogsmuseum Niemandsland met de GMC vrachtwagen naar het Gelders Archief. De keuze was moeilijk, maar uiteindelijk is de jury tot een top drie gekomen.

    Deze top 3 is in willekeurige volgorde als volgt: ‘Hart van Loil’ van Stichting Hart van Loil. Met een breed scala aan activiteiten zorgt de stichting er samen met alle Loilenaren voor dat de historische kerk in dit Liemerse dorp behouden blijft én dat deze tevens dient als centraal ontmoetingspunt in het dorpshart van Loil. ‘Op het puin’ van Rozet en muziektheater De Plaats. Met deze coproductie werd het Arnhemse muziektheaterspektakel ‘Op het puin’ uit 1946 van componist Robert de Roos 75 jaar later nieuw leven ingeblazen. ‘Van Lymborch Draait Door!’ van Stichting Maelwael Van Lymborch. Een semi-live middeleeuwse talkshow met kunst, theater en muziek als alternatief voor het jaarlijkse evenement: de Gebroeders van Lymborch Dagen.

    Top drie Gelderse Roos Publieksprijs
    Voor de Gelderse Roos Publieksprijs werd wekenlang druk gestemd. Er zijn maar liefst 5293 unieke stemmen uitgebracht. Het aantal stemmen per ingezonden project is op 24 september voor het laatst op de website van Erfgoed Gelderland gepubliceerd. De top drie is alvast bekend, maar wie de uiteindelijke prijswinnaar is, dat blijft nog even spannend!

    De drie projecten die doorgaan voor de publieksprijs zijn in willekeurige volgorde als volgt: ‘Elburg en omstreken in oorlogstijd 1940-1945’ van Oudheidkundige Vereniging Arent thoe Boecop. In het kader van 75 jaar bevrijding maakten zij een omvangrijk herdenkingsboek met ondersteunende website over Elburg ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. ‘Vlasoven te Veene’ van Stichting Vlasoven te Veene. Op Landgoed Te Veene in Winterswijk Woold werd eeuwenlang vlas verbouwd en verwerkt. Dit jaar wordt de circa 200 jaar oude vlasoven teruggeplaatst en wordt er hard gewerkt deze te behouden voor volgende generaties. En ‘Hart van Loil’ van Stichting Hart van Loil, die tevens kans maken op de juryprijs zijn ook in de top drie voor de publieksprijs beland.

    De Gelderse Roos is er voor erfgoedprojecten en activiteiten met impact
    De prijzen bestaan uit een geldbedrag van €1000,- en een tastbare Gelderse Roos, ontwikkeld door het CODA ExperienceLab. Op 15 november 2021 wordt bekend welke organisaties er met de prijzen vandoor gaan.

    Erfgoed Gelderland staat voor Samen Verleden Toekomst Geven. Om dit kracht bij te zetten reikt Erfgoed Gelderland vanaf 2017 elke twee jaar een erfgoedprijs uit: de Gelderse Roos. Het doel van de prijs is een podium bieden voor inspirerende erfgoedprojecten met betrekking tot de geschiedenis van Gelderland.

  • Unieke blik op het erfgoed van Gelderland

    Erfgoed Gelderland 04-10-2021 67 keer bekeken 0 reacties
    Bericht Unieke blik op het erfgoed van Gelderland bekijken

    Zondag 3 oktober was het zover: de opening van het Erfgoedfestival 2021. Tien artiesten, waaronder Ellen ten Damme, Rico en Remy van Kesteren, presenteerden in Concertgebouw De Vereeniging in Nijmegen de resultaten van hun residenties bij Gelderse erfgoedorganisaties. Voor het publiek stond een gevarieerd en indrukwekkend programma klaar, te volgen vanuit de zaal én live op Omroep Gelderland. De komende weken bestaat het Erfgoedfestival nog uit een uitgebreid online en fysiek programma. Meer informatie daarover is te vinden op erfgoedfestival.nl.

    In De Vereenining presenteerden de artists-in-residence van deze zevende editie van het Erfgoedfestival voor het eerst hun eindresultaten. Dat varieerde van zang en dans, tot nieuwe kunst en spoken word. Allemaal geïnspireerd door Gelders erfgoed en het thema van de Maand van de Geschiedenis: Aan het werk.

    Een greep uit deze eindresultaten: cabaretière Katinka Polderman en neerlandicus Sophie Reinders maakten samen, geïnspireerd door het vakmanschap in de bijzondere boekencollectie van Radboud Erfgoed, het boek ‘Zwerfgoed – Doeboeck ter Leering ende Vermaeck’. Dit boek is vanaf 20 oktober in de boekwinkel te verkrijgen. Danskunstenaar Inbal Abir ging naar het Anton Pieck Museum en vertaalde de werkwijze van de begaafde tekenaar naar een dans. Cabaretier Merijn Scholten stapte in zijn voordracht uit zijn comfortzone om het trieste verleden van het Apeldoornsche Bosch - een joodse psychiatrische inrichting (1909-1943) - met het publiek te delen. En met haar nieuwe nummer ‘De H van Harderwijk’ schreef Ellen ten Damme een heuse ode aan de stad, de botters en de visserij.

    Mijke Pol, directeur van het Erfgoedfestival: “Gelderland heeft prachtig erfgoed en een prachtig verleden. Dat kunnen we op een dag als deze uitdragen dankzij al die vrijwilligers die zich belangeloos inzetten voor ons erfgoed.”

    De presentatoren van de dag, Milouska Meulens en Bas Steman, gingen met de artiesten in gesprek over hoe ze met de opdracht van het Erfgoedfestival aan de slag zijn gegaan. De blik van een kunstenaar op het Gelders erfgoed geeft een nieuwe kijk op het verleden, en haalt het terug naar de actualiteit.

    Alle optredens zijn komende maand online terug te zien voor het grote publiek. Daarnaast zijn er deze editie ook verschillende optredens verspreid door Gelderland. Zo geeft Inbal Abir op 9 oktober een dansworkshop aan jongeren in het Anton Pieck Museum en Rico leidt mensen op 9 en 10 oktober rond door kasteel Huis Bergh. Bekijk de hele programmering van het Erfgoedfestival op erfgoedfestival.nl/programma.

    Over Erfgoedfestival Gelderland

    Het initiatief voor het Erfgoedfestival ligt bij Erfgoed Gelderland, een coöperatie van meer dan 200 erfgoedorganisaties in de provincie. Het Erfgoedfestival werkt samen met veel andere organisaties. De Provincie Gelderland speelt een belangrijke rol, niet alleen als sponsor, maar dit jaar ook als deelnemer. Meer informatie is te vinden op erfgoedfestival.nl.

     

  • Uit de verf: Esmee Seebregts - In de serie meer aandacht voor vrouwen in de kunstcollectie

    Janneke Maiburg 13-08-2021 367 keer bekeken 0 reacties
    Bericht Uit de verf: Esmee Seebregts - In de serie meer aandacht voor vrouwen in de kunstcollectie bekijken

    Esmee Seebregts - Honger naar kleur. 

    In de serie Uit de verf belichten we kunstenaars uit de kunstcollectie van de Provincie Gelderland. We doen dat door middel van 10 blogs. Recent hebben we onderzoek naar onze eigen kunstcollectie gedaan. Daaruit blijkt dat de man-vrouw verhouding van kunstenaars in de collectie niet evenwichtig is. Ongeveer 70 % van de kunstenaars met werk in de collectie is man, ongeveer 30% is vrouw. We gaan hierop letten bij nieuwe aankopen. Ook zullen we met de serie blogs meer aandacht besteden aan vrouwelijke kunstenaars. Van de tien blogs die we schrijven, zullen er zeven over een vrouwelijke kunstenaar gaan en drie over een mannelijke. Dit tweede blog gaat over Esmee Seebregts, waarvan de provincie recent drie kunstwerken verwierf.

    In de aanwinstententoonstelling hangen ze; de drie werken van Esmee Seebregts. Colorcircle XV, Colorsquare XI en Colorsquare XIX. Een grote cirkel en twee vierkante ingelijste werkjes. Hoewel de vorm nu als eerste benoemd wordt, is het de kleur van de werken die het opvallendst is. Knallende kleuren, in verschillende gradaties en in kleurovergangen over het vlak volgen ze de vorm van ieder kunstwerk.

    Vorm en kleur. Wanneer we iets observeren, wat zien we dan als eerste? Vorm, textuur of kleur? We kijken in het dagelijks leven elke dag naar kleur. Een groene appel, een gele bloem. We registreren het, maar zien we het ook werkelijk? Iets zo algemeens als kleur dat betrekking heeft op elk organisme en object is eigenlijk ontzettend bepalend en allesomvattend. Tenminste, dat is wat kunstenaar Esmee Seebregts vindt en waar ze met haar kunstwerken ons bewust van wil maken.

    Iets kan bijna niet een kleur hebben. Kleur bepaalt hoe we iets of iemand ervaren. Het heeft direct invloed op de gemoedstoestand. Niet voor niets zijn klaslokalen vanbinnen nooit rood geschilderd en zijn ambulances in Nederland in de opvallende kleur geel uitgevoerd. De fascinatie voor kleur is wat Esmee Seebregts drijft in het maken  van haar werk. Dit werk kan bestaan uit een performance, een installatie of schilderij. En waarschijnlijk zal ze zich daar niet toe beperken, want door te experimenteren onderzoekt Seebregts zo veel mogelijk aspecten van kleur.

    Seebregts studeerde van 2011 tot en met 2015 aan de kunstacademie in Arnhem (Artez) en is al vroeg gefascineerd door kleur. In de periode op de academie werd ze zelfs gedreven door een honger naar de kleur rood. “Het actieve onderzoek naar kleur is begonnen op de academie. Ik zocht overal naar de goede kleur rood; om aan te doen, me mee te omringen, om naar te kijken”. De honger naar deze specifieke kleur is inmiddels wel wat gestild, maar de fascinatie voor kleur is gebleven.

    Ze besteedt veel aandacht aan het materiaal waarmee ze werkt: de verf en de ondergrond. Dit zijn immers de dragers van kleur. Ze maakt deze zelf en gebruikt daarvoor traditionele technieken, zoals bijvoorbeeld verf van pigment en met eierdooier als bindmiddel. Niet om terug te grijpen naar oude technieken an sich, maar omdat de kleur op deze manier het beste en puurst kan worden ervaren. Het is een van de manieren waarmee ze kleur probeert te doorgronden.

    Ze ziet kleur als iets dat zowel fysiek als niet- fysiek en dus ongrijpbaar is.
    Het fysieke aspect onderzoekt ze onder andere in haar performances waar ze letterlijk één probeert te worden met kleur. Zo stortte ze een zak rood pigmentpoeder over haarzelf uit waardoor ze erdoor bedekt raakte . “Om zo dicht mogelijk bij de kleur te komen”, zegt ze zelf. In een ander werk, de videoregistratie van een performance, zie je haar in een zwembad duiken in een jurk die zoveel paarse kleurstof afgeeft waardoor de draagster ervan erin oplost.

    Kleur bestaat niet zonder de weerkaatsing van licht. Het ongrijpbare en veranderlijke van kleur, het niet-fysieke, onderzoekt de kunstenares in kunstwerken waarbij ze gebruik maakt van licht. Door natuurlijk en soms beweeglijk licht op transparant gekleurde vlakken te laten vallen ontstaat een sferische omgeving. Deze zintuiglijke en tijdloze ervaring is waar het de kunstenaar om te doen is.

    Colorcircle XV, een van de werken uit de collectie van de provincie Gelderland, is een cirkel van een meter in diameter groot. Hierop zijn met tempera kleuren aangebracht van geel naar oranje, groen, blauw en paars en goud in het midden. De vorm is een knipoog naar de kleurencirkel van kunstenaar en Bauhausdocent Johannes Itten. De vorm reflecteert echter vooral op het oneindige. Net als kleur is er geen begin en geen eind. De kleur en de vorm van het kunstwerk zijn hierin complementair aan elkaar.

    De andere twee aanwinsten van Seebregts in de collectie van de provincie Gelderland zijn ingelijste werken op papier. Ook bij deze kleine werkjes merk je wat het gebruik van kleur onbewust met je doet. Waarbij je ogen bij Colorsquare XI door de kleuren naar het midden van het vlak worden geleid, is dit bij Colorsquare XIX juist andersom. Ongemerkt gaat je blik daar van het midden juist naar de zij- en bovenkanten van het werk.

    Afbeelding links Colorsquare XI  en rechts Colorsquare XIX

    Kleur is overal. Kunstenaar Esmee Seebregts zorgt ervoor dat je dat ziet. Ze wordt, zoals ze het zelf zegt “gedreven door een honger naar kleur” en door naar haar werk te kijken, krijg je zelf ook een beetje trek.

  • Een efficiencyslag is ook grote armoede

    Erfgoed Gelderland 22-06-2021 234 keer bekeken 0 reacties
    Bericht Een efficiencyslag is ook grote armoede bekijken

    Het is nog niet eens zo lang geleden dat ik vloekte op de zoveelste overstap of vertraging. In normale tijden bestond mijn werk voor een groot deel uit reizen. Onderweg zijn. Ik woon in Den Bosch en veel erfgoedlocaties in Gelderland zijn niet per se heel goed te bereiken. Er kwamen OV-fietsen, buurtbussen en zelfs veerpontjes bij kijken. De voorbereiding van het Erfgoedfestival 2020 vond grotendeels plaats in het openbaar vervoer.

    November vorig jaar begonnen we met het nadenken over de editie 2021. Het fysiek bezoeken van alle locaties was niet meer mogelijk. Ik moest ze leren kennen via de computer. En dus keek ik in de huiskamers van museumdirecteuren, leerde ik de huisdieren kennen van een archivaris en hoorde ik veel kinderstemmetjes.

    Dat thuiswerken heeft als voordeel dat ik maar naar mijn zolder hoef te lopen voor een vergadering. Een grote efficiencyslag zeggen bedrijfskundigen dan. En dat is waar natuurlijk. Maar tegelijkertijd is het ook flinke armoede. Erfgoed kun je niet beleven via Teams of Zoom. En elkaar echt leren kennen is ook een stuk ingewikkelder. Bovendien is het bijzonder vermoeiend dat thuiswerken. Want in gesprekken met iemand anders, kijk je altijd naar nog iemand: jezelf. En dat leidt wellicht nog meer af dan de in beeld wandelende huisdieren en peuters. Het is bijzonder onnatuurlijk om tijdens een gesprek voortdurend ook je eigen hoofd te zien. Dat zelfbewustzijn maakt dat je net wat vaker met je handen door je haar gaat, dat je opeens ontdekt dat je bijzonder onaardig kan fronsen en dat je je kantoor misschien eens moet opruimen.

    Dat gezegd hebbende, is het ons weer gelukt. Er is een line-up bekend. En die is beeldschoon. Wel compleet samengesteld via de computer, dus locaties zijn waarschijnlijk in het echt nog veel mooier en artiesten ook. Kortom: ik ga ervan uit dat het eigenlijk alleen maar mee kan vallen. En het mooie is: u ziet hopelijk dit najaar alles weer gewoon live. Noteer maar vast in de agenda: 3 oktober 2021, 12.00 uur. Dan is de opening van het Erfgoedfestival 2021. En dan ziet u uzelf niet. Beloofd. 

    Deze blog is geschreven door Mijke Pol, directeur van het Erfgoedfestival (3 – 31 oktober 2021).

    Het Erfgoedfestival is een initiatief van Erfgoed Gelderland en wordt mede mogelijk gemaakt door de Provincie Gelderland. Bekijk hier het programma van het Erfgoedfestival 2021. Wil je op de hoogte blijven? Meld je aan voor de nieuwsbrief.

  • Kitty van der Mijll Dekker – in de serie meer aandacht voor vrouwen in de kunstcollectie

    Gabrielle de Nijs Bik 12-06-2021 321 keer bekeken 0 reacties
    Bericht Kitty van der Mijll Dekker – in de serie meer aandacht voor vrouwen in de kunstcollectie bekijken

    Kitty van der Mijll Dekker, het verhaal achter de maaktster van een vloerkleed

    Het lijkt saai, een bestand met informatie over kunstwerken bijhouden. Toch doen we het en het levert een schat aan informatie op. Zo constateerden we scheve verhoudingen in de kunstcollectie van de provincie Gelderland: voorlopige tellingen wijzen uit dat 70 procent van de kunstenaars in de collectie man is, slechts 30% vrouw. Iets om op te letten bij nieuwe aankopen, al zal het, ook met de nodige inspanningen niet zomaar gelijkgetrokken zijn. Wat we ook kunnen doen is meer aandacht besteden aan de vrouwelijke kunstenaars in de collectie. We gaan dan ook in blogs de omgekeerde verhoudingen toepassen: van de tien blogs die we schrijven, zullen er zeven over een vrouwelijke kunstenaar gaan en drie over een mannelijke. Deze eerste is voor Kitty van der Mijll Dekker, van wie de provincie Gelderland een groot vloerkleed en tafellinnen in bezit heeft.

    Midden in de Statenzaal van het Gelderse Huis der Provincie ligt een vloerkleed. Het is een geschenk van de Plattelandsvrouwen bij de oplevering van de nieuwbouw in 1954. Het kleed stelt zich bescheiden op: het voegt zich qua kleur en materiaal in de ruimte en stelt Gelderland voor. We zien de contouren van de provincie. Op zich weinig opzienbarends, totdat je de geschiedenis van de maakster leert kennen.

    Het verhaal begint in de jaren twintig van de vorige eeuw, de roaring twenties, nu ongeveer honderd jaar geleden. Een tijd van idealen, internationalisering en een breuk met het verleden om grote vlucht vooruit te maken, op weg naar een betere wereld. Onze hoofdpersoon, Kitty van der Mijll Dekker, wil architect worden. Na opleidingen in Den Haag en Londen, ontdekt ze het Bauhaus, een kunstacademie in Dessau, Duitsland waar architecten, kunstenaars en ambachtslieden worden opgeleid om “samen het gebouw van de toekomst te realiseren.” De sfeer op het Bauhaus is er een van creativiteit, hoop en euforie: nieuwe materialen en technieken staan ten dienste van een betere toekomst voor iedereen. De schoolfeesten zijn energiek, de foto’s experimenteel, niets lijkt een moderne toekomst in de weg te liggen. Kitty woont in een buitenwijk van Dessau en gaat, geheel in stijl, opvallend gekleed met een lichtgroene broek en een kort kapsel. Buurkinderen moeten daar niets van hebben, ze gooien met stenen naar haar.

    2019 was een belangrijk herdenkingsjaar: het was 100 jaar geleden dat het Bauhaus werd opgericht en 100 jaar geleden dat vrouwen actief kiesrecht kregen. Beide waren aanleiding om onderzoek te doen naar het gendervraagstuk bij het Bauhaus. Bovendien komt er meer aandacht voor de “Bauhausmädeln”, hun werk was tot dan toe onderbelicht gebleven. Hoewel we niet moeten vergeten dat de emancipatie vrouwen nog maar net op gang kwam, is de conclusie met de ogen van nu schokkend: Hoe vooruitstrevend de sfeer op het Bauhaus ook lijkt, van gelijkheid tussen mannen en vrouwen was geen sprake. De directie ziet een grote toestroom van vrouwen, maakt zich zorgen over de beeldvorming. “Zoveel vrouwen zal de reputatie van het Bauhaus geen goed doen”, zo redeneert de directie. Ze grijpt in: Vrouwen worden ontmoedigd; er komt een quotum, vrouwen betalen meer schoolgeld en krijgen nauwelijks de kans toe te treden tot de architectuuropleiding. Er is niet alleen een hiërarchie tussen mannen en vrouwen, ook de verschillende opleidingen staan in een bepaalde hiërarchie ten opzichte van elkaar. De architectuuropleiding aan de top van de piramide, de andere disciplines zijn dienend aan de architectuur. Vrouwen worden, vaak tegen wil en dank, na het basisjaar naar het weefatelier gedirigeerd.

    In Nederland had haar oom Kitty al ontraden architect te worden, want “Bouwvakkers luisteren niet naar vrouwen.” Dat neemt ze ter harte, ze stelt haar ambitie bij en wil nu binnenhuisarchitect worden. Ook dat blijkt niet haalbaar; na het basisjaar bij het Bauhaus zit er ook voor haar niets anders op dan haar opleiding te vervolgen in het weefatelier. Ze vindt het er aanvankelijk pietepeuterig en knus, maar schikt zich en concludeert dat de decoratieve kant haar meer ligt dan de constructieve kant. “De ingenieursvonk ontbrak me, zoals den meesten vrouwen.” Je kunt je natuurlijk afvragen of Kitty meer aanleg had voor weven dan voor architectuur, of dat dat de stereotypering van de tijd is die dat bepaalt.

    Onder leiding van Gunta Stölzl haalden de “Bauhäusmädeln” binnen de beperking van het weefatelier alles uit de kast. Het weefatelier is financieel de meest succesvolle opleiding en levert bijzondere talenten af. Stölzl  laat haar studenten, onder wie Kitty, experimenteren met verfstoffen, de nieuwste van de nieuwste weefgetouwen, abstracte patronen en materialen als cellofaan, ijzerdraad, raffia en synthetische garens. In 1932 rondt Kitty haar opleiding af. Ze staat te boek als de enige Nederlander die het Bauhaus heeft afgerond.

    Terug in Nederland richt zij zich op drie sporen: ze start haar eigen weefatelier “De Wipstrik” in Nunspeet, ze geeft weef- en textielontwerples aan een van de voorlopers van de Rietveldacademie in Amsterdam en maakt ontwerpen voor de textielindustrie. In die laatste hoedanigheid brengt ze vernieuwing in het ontwerp van theedoeken en oogst daar lof mee. Een journalist schrijft in 1937: “Waarlijk, het is aan deze kunstnijvere gelukt onze theedoeken een fleuriger, wij zouden zeggen een modern cachet te geven.” De theedoek is ter gelegenheid van 100 jaar Bauhaus opnieuw in productie genomen in het Textielmuseum in Tilburg.

    Ook de kleden die ze bij haar weverij De Wipstrik ontwerpt en weeft, maken furore: het zijn Nederlandse pronkstukken tijdens de vooroorlogse wereldtentoonstellingen in Brussel en Parijs. Ze wint er prijzen mee en ze worden opgenomen in museale collecties, onder andere van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Het zijn kleden met abstract-geometrische patronen, waarin gebruik gemaakt is van garens met verschillende diktes, lichte kleurverschillen, en waarmee een reliëf is gecreëerd.

    Ondanks die artistieke waardering, is het moeilijk geld verdienen met het atelier. In de crisisjaren voor de oorlog, de oorlogsjaren en vlak daarna zit niemand te wachten op dure handgeknoopte en geweven kleden in moderne vormgeving. Later zijn er nieuwe kansen: veel kunstenaars worden ingezet bij de wederopbouw. Nieuwe gebouwen worden zogenaamde Gesamtkunstwerken, gebouwen waarin architectuur, kunst en vormgeving samenkomen tot samenhangend geheel, het ideaal waar het Bauhaus ook naar streefde. In Arnhem moet een nieuw provinciehuis verrijzen, het oude is ter ziele gegaan bij een van de bombardementen op het centrum van de stad. Bram Hammacher, directeur van het Kröller Müller Museum wordt aangezocht kunstenaars te zoeken om hun bijdrage te leveren aan het Huis der Provincie. Hij stelt onder meer voor dat Kitty van der Mijll Dekker een vloerkleed ontwerpt voor het hart van het gebouw: de Statenzaal. Ze knoopt het kleed eigenhandig in haar atelier in Nunspeet. Blij als ze is met deze opdracht (het zorgt ten slotte voor brood op de plank) doet ze concessies aan haar artistieke aspiraties.  Ze ontwerpt een kleed met een gestileerde verbeelding van Gelderland. Zelf zegt ze daarover: “Deze figuratieve, decoratieve ontwerpen hebben niets met het Bauhaus van doen.”

    Het tijdschrift Vrouw en Haar Huis roemt haar nederigheid: “Kitty vergeet nooit de ondergeschikte plaats, die de vloerbedekking en wandbekleding in een vertrek behoren in te nemen: ze mogen sfeer scheppen, doch zich nooit als zelfstandig versieringsmotief opdringen.” Het vloerkleed is als leven van Kitty zelf: een groot talent voor ondergeschiktheid of om zich voegen naar haar omgeving. Het was hoog tijd aandacht te besteden aan deze bijzondere en bescheiden vrouw.

     

  • LINE-UP ERFGOEDFESTIVAL 2021 BEKEND

    Erfgoed Gelderland 03-06-2021 463 keer bekeken 0 reacties
    Bericht LINE-UP ERFGOEDFESTIVAL 2021 BEKEND bekijken

    Een mix van Gelderse talenten en gevestigde namen, waaronder Ellen ten Damme en rapper Rico, gaat deze zomer op ontdekkingstocht op bijzondere Gelderse erfgoedlocaties. Daar laten zij zich voor het Erfgoedfestival inspireren tot het maken van nieuw werk, gebaseerd op het thema van de Maand van de Geschiedenis ‘Aan het werk’. Zondag 3 oktober presenteren de artiesten de eindresultaten van hun residenties. Het Erfgoedfestival is daarmee tevens de landelijke opening van de Maand van de Geschiedenis (3 oktober t/m 31 oktober). De artiesten die dit jaar de uitdaging aangaan zijn inmiddels bekend!

    De line-up
    Harpist Remy van Kesteren gaat het experiment aan bij Museum Tweestromenland in Beneden-Leeuwen. Alleskunner Ellen ten Damme ontdekt de geschiedenis van de visserij in het Bottermuseum in Harderwijk. Cabaretière Katinka Polderman duikt met hulp van onderzoekster Sophie Reinders in de bijzondere boekencollectie bij Radboud Erfgoed in Nijmegen. Rapper Rico (bekend van Opgezwolle) bezoekt het wonderlijke Kasteel Huis Bergh in ’s-Heerenbergh en cabaretier Merijn Scholten (bekend van De Partizanen) laat zich inspireren bij CODA in Apeldoorn.

    Het Erfgoedfestival biedt ook een podium aan jong talent. Zo gaat het voltallige Jong Metropole naar het Erfgoedcentrum Zutphen. Vera Bon duikt in de collectie van het Huis der Provincie in Arnhem. Drie internationale studenten van ArtEZ gaan aan de slag met de historische kledingcollectie van Museum Smedekinck in Zelhem. Inbal Abir laat zich inspireren door het Anton Pieck Museum in Hattem en het hiphop-collectief Eastwave verlaat de Achterhoek voor een bezoek aan het Van ’t Lindenhoutmuseum in Nijmegen.

    Over het Erfgoedfestival
    Het Erfgoedfestival is in aanloop naar en gedurende de Maand van de Geschiedenis online te volgen op erfgoedfestival.nl en via de socialmediakanalen van het festival. Daarnaast zijn er in de maand oktober enkele live optredens van de verschillende artiesten waar een beperkt aantal bezoekers bij aanwezig kan zijn.

    Het initiatief voor het Erfgoedfestival ligt bij Erfgoed Gelderland, een coöperatie van meer dan 220 erfgoedorganisaties in de provincie. Dit is het zevende festival. Het Erfgoedfestival werkt samen met veel andere organisaties. De Provincie Gelderland speelt een belangrijke rol, niet alleen als sponsor, maar dit jaar ook als deelnemer. De gemeentes Nijmegen en Zutphen zetten de deuren wijd open voor de opening en de afsluiting van het festival. Meer informatie is te vinden op erfgoedfestival.nl.

  • Een diverse en inclusieve cultuursector in Gelderland

    Esmée van den Akker 02-06-2021 166 keer bekeken 1 reacties
    Bericht Een diverse en inclusieve cultuursector in Gelderland bekijken

    Diversiteit en inclusie: iedereen lijkt er wat van te vinden. Essentieel, ongemakkelijk, een verrijking voor de kwaliteit of juist een politieke hype, zomaar wat begrippen die je tegen kunt komen in het debat rondom D&I. Ook in de culturele sector groeit de aandacht die eraan wordt besteed, waarmee zowel kennis en ervaring als nieuwe vraagstukken het licht zien. Bij wijze van handleiding, of omgangsvorm, stelde de culturele sector in 2019 de Code Diversiteit en Inclusie op. In deze blog vertel ik wat meer over de inhoud van deze Code, en wat dit zou kunnen betekenen voor de manier waarop Provincie Gelderland relaties met culturele instellingen onderhoudt. Want wat je ook van D&I vindt, de diverse maatschappij is anno 2021 toch wel een gegeven. En als we er niet omheen kunnen, kunnen we er maar beter voor zorgen dat de culturele sector een goede afspiegeling van die samenleving is en iedereen zich er welkom voelt. 

    Misschien eerst nog een stukje context. Het eerste kwartaal van dit jaar heb ik vanuit mijn master Kunstbeleid en Kunstbedrijf een onderzoeksstage uitgevoerd bij de provincie. Tijdens deze stage bekeek ik de vraag die hierboven gesteld werd: hoe kan de provincie omgaan met de Code Diversiteit en Inclusie bij het verstrekken van meerjarensubsidies aan culturele (niet-BIS) instellingen?

    De Code 
    In de Code D&I1 zelf komt de beoogde rol van de overheid op het volgende neer. Bij verstrekking van subsidies wordt van instellingen verwacht dat ze niet alleen de Code toepassen, maar ook uitleggen waarom ze dit doen op de manier waarop ze dit doen. Werken ze bijvoorbeeld met quota, of juist niet? En waarom dan? Dit heet in de Code: “Pas toe én leg uit.” Vervolgens blijft de overheid in kwestie regelmatig met de instelling praten en terugkoppelen over de voortgang van de gemaakte plannen. Afrekenen op basis van metingen past niet binnen de aard van de Code.
    Ook is het nog goed te benadrukken dat de Code zich niet alleen naar een diverse sector streeft, maar ook naar één waar iedereen zich welkom en gehoord voelt. Kortom, een inclusieve sector.

    Vier P’s, vijf principes
    Verder is de Code gebaseerd op vier P’s en vijf principes die door de culturele instellingen worden gevolgd. De vier P’s zijn de vier dragers waarop het plan van aanpak gebaseerd wordt: publiek, personeel, programma en partners. Het zijn als het ware de verschillende onderdelen waarop meer/ betere diversiteit en inclusie wordt nagestreefd. De vijf principes zijn vervolgens eigenlijk al een soort stappen waar instellingen op hun eigen manier invulling aan kunnen geven onder het credo van “pas toe én leg uit.” Deze stappen beginnen met de situatie inzichtelijk krijgen (stap 1). Daarna wordt diversiteit en inclusie in de visie van de instelling geïntegreerd (stap 2) en wordt binnen de organisatie draagvlak bewerkstelligd (stap 3). Vervolgens wordt op basis van de vier P’s het plan van aanpak opgesteld (stap 4) en monitort en evalueert men de voortgang regelmatig (stap 5). 

    Goede representatie
    Misschien denk je; waarom is dit allemaal nodig? Uit verscheidene onderzoeken is gebleken dat de culturele sector nog geen goede representatie is van de diverse maatschappij. Wat betreft culturele achtergrond, maar ook wat betreft gender, leeftijd, fysiek vermogen, seksuele voorkeur, opleidingsniveau en meer. Deze situatie heeft te maken met de manier waarop de sector nu functioneert, schrijven bijvoorbeeld wetenschappers Orion Brook et. al in hun onderzoek Culture is Bad for You.2 Het is daarom socialer en eerlijker als we er voor zorgen dat iedereen gelijke kansen krijgt.

    Daarnaast hebben diversiteit en inclusiviteit ook eenvoudigweg veel voordelen voor instellingen, aldus onderzoek uitgevoerd door Diversiteit in Bedrijf. 3 Zo zal bijvoorbeeld de kwaliteit van de culturele uitvoer toenemen: als meer mensen toegang hebben tot de sector, wordt de talentenvijver immers groter. Meer divers en inclusief personeel, publiek, partners en programma zorgt er ook voor dat meer stemmen gehoord worden en zo meer (verschillende) kennis beschikbaar is, én deze mensen brengen voor de instellingen toegang tot nieuwe netwerken mee. Dit is maar een kleine greep uit de potentiële winst. Benieuwd naar meer? De Code zelf noemt er nog een heel aantal, maar ook een vluchtige zoektocht op een zoekmachine naar keuze vult deze lijst al snel aan.

    Ook in Gelderland
    Zo is er dus ook voor Provincie Gelderland relevantie om hierin te investeren, immers neemt de kwaliteit van het cultuuraanbod in Gelderland zo toe. Maar hoe? Hoe kan de provincie hier op een constructieve manier aan bijdragen? Om deze vraag te kunnen beantwoorden, is de huidige situatie bij de instellingen die nu meerjarige subsidie ontvangen en de context van de provincie relevant. Hoewel er al veel goede en interessante dingen gebeuren op dit gebied, kwamen tijdens mijn onderzoek ook een aantal verbeterpunten naar boven gekomen. Ik zal hier een paar korte voorbeelden geven.

    Zo wordt bijvoorbeeld door alle instellingen de noodzaak van investeren in diversiteit en inclusie onderschreven, maar het blijft tot nu toe nog regelmatig steken bij het erkennen van het probleem. Daadwerkelijke actie wordt nog grotendeels voor de toekomst bewaard en als agendapunt verdwijnt het onderwerp als eerste weer naar de achtergrond. Waar wel actie wordt ondernomen, ligt vrijwel alle aandacht op diversiteit. Blijkbaar wordt de toegevoegde waarde van inclusie nog minder ervaren, of is niet duidelijk hoe hiermee aan de slag kan worden gegaan. De meeste aandacht werd besteed aan diversifiëren van de P van publiek. Hierbinnen ging de meeste aandacht naar culturele achtergrond van het publiek (en leeftijd, meestal in de context van educatie). Over het algemeen is de focus dus nog erg smal: één van de P’s, één bepaald demografisch kenmerk en vooral gericht op diversiteit.

    Een proces
    Al deze punten belemmeren een optimaal functionerende cultuursector in Gelderland omdat een grote groep (mogelijk) in cultuur geïnteresseerde mensen niet wordt bereikt. Een manier voor de provincie om verbreding en verdieping te stimuleren, heb ik gezocht in de wetenschappelijke hoek van intersectionaliteit en categoriaal versus aspecifiek diversiteitsbeleid. In het kort komt het resultaat neer op structureel tijd inplannen, zodat het onderwerp een vaste component van goede bedrijfsvoering kan worden, en regelmatig samen evalueren en bepraten met speciale aandacht voor bovengenoemde aandachtspunten. Ook is het aan te raden dat de provincie de instellingen voorafgaand en na afloop van de subsidieperiode vraagt om een meting uit te voeren, op basis waarvan de instellingen een wensbeeld kunnen opstellen. Zo wordt uitgegaan van het positieve (wat is de ideale situatie?) in plaats van het negatieve (hoe repareren we de situatie?) en heb je een meetlat voor de behaalde resultaten.

    Want wat je ook vind van diversiteit en inclusie, het blijft boven alles een proces. Een proces van leren en proberen, trial and error, draagvlak creëren en behouden, openstaan voor elkaars perspectieven en niet beschroomd zijn om die van jezelf bij te stellen. En dat lukt alleen door er gewoon maar mee aan de slag te gaan.


    Meer weten?
    Benieuwd naar meer over diversiteit en inclusie? Kijk eens op deze sites ter inspiratie:

    https://codedi.nl/
    Voor de code zelf, tips, good practices en interessante trainingen en lezingen.

    https://www.onderhuids.nl/test-jezelf/
    Test hier je onbewuste voorkeuren of -oordelen voor huidskleur of culturele afkomst.

    https://www.lkca.nl/categorie/thema/inclusie-en-diversiteit/
    Hier vind je vele artikelen en opiniestukken over D&I, met nadruk op onderwijs en participatie.

    https://studio-inclusie.nl/
    STUDIO i is een initiatief geweest van Stedelijk Museum Amsterdam en Van Abbemuseum. Lees hier over inclusie, hokjesdenken (en juist niet) en het ontwikkelen van projecten niet voor- maar met gemeenschappen.

    Wil je zelf aan de slag met het meten van diversiteit en inclusie binnen je organisatie? Op codedi.nl vind je het meetplan van de Code zelf. Ook het meetplan van STUDIO i is erg interessant. Deze richt zich uitsluitend op inclusie: https://www.eur.nl/ice/nieuws/groeien-naar-meer-inclusie-de-culturele-sector-van-theory-change-naar-meetplan 


     
    1 Zie Code Diversiteit en Inclusie, uitgegeven door de culturele sector, 2019. https://codedi.nl/
    2 Brook, Orion et al. Culture is Bad for You. Manchester University Press, 2020, pag. 2.
    3 Zie bijvoorbeeld Code Diversiteit en Inclusie, uitgegeven door de culturele sector, 2019, pag. 3.

     

     

     

  • Over scheve verhoudingen in het verleden en een monument voor een vrouw

    Gabrielle de Nijs Bik 17-03-2021 1447 keer bekeken 0 reacties
    Anya Janssen, People say I'm different

    Kunst in het Huis der Provincie
    Vorige week Internationale Vrouwendag, vandaag Tweede Kamerverkiezingen. Het deed me denken aan anderhalf jaar geleden, toen we honderd jaar vrouwenkiesrecht vierden. We organiseerden een rondleiding langs de kunstcollectie van de provincie Gelderland, met specifieke aandacht voor vrouwen. Vanzelfsprekend lichtten we werk toe van vrouwelijke kunstenaars: grand old ladies als Charlotte van Pallandt (van het borstbeeld van Koningin Juliana) en Kitty van der Mijl Dekker (van het kleed in de Statenzaal), en Maria Roosen (van de Berries), Rosemin Hendriks (van de zelfportretten in klare lijn), Aline Eras (van de serie achterhoofden), om er maar een paar te noemen. Maar we konden het ook niet laten aandacht te vestigen op stille getuigen van scheve verhoudingen in het verleden. Het hekwerk van Titus Leeser, stereotype van gespierde mannen aan de fysieke arbeid en freile vrouwen die aan het wassen zijn. Een beeld van nog geen 75 jaar geleden, gelukkig is sindsdien veel gebeurd. Ook stonden we stil bij het portret dat Ad Gerritsen in 2003 maakte van het toenmalige college. Wat denk je? Alleen mannen. Alleen witte mannen, alleen witte mannen van middelbare leeftijd, alleen witte mannen van middelbare leeftijd in blauwe pakken. De opvallendste diversiteit zit ‘m in de kleur van de das (want ook die draagt ieder collegelid). Kunst maakt dingen zichtbaar, zo blijkt maar weer eens.

     

     

    Internationale Vrouwendag maakte ook dat de media afgelopen week bol stonden van aandacht voor de betekenis van vrouwen in de kunstgeschiedenis. Een aantal treurige constateringen:

    1. Op de kunstmarkt spelen vrouwelijke kunstenaars een marginale rol
    2. Het aandeel vrouwelijke kunstenaars in museale collectie in Nederland is bedroevend laag, slechts 13% en het merendeel daarvan schijnt ook nog eens in de depots opgeslagen te zijn.
    3. In kunsthistorische handboeken, dé boeken die kunsthistorici tijdens hun opleiding als basis gebruiken, stond tot voor kort geen enkele en sinds de laatste herdruk slechts 1 vrouwelijke kunstenaar

    Het tijdschrift See All This ontdekte dat vrouwen vooral genegeerd worden. “We kijken met één oog dicht” betoogt de redactie. Veel te lang is aangenomen dat er geen vrouwelijke kunstenaars zijn en áls ze er wel zijn, ze onvoldoende kwaliteit leveren. In de laatste editie belichten ze 379 vrouwen, om maar weer eens te bewijzen dat het tegendeel waar is. Misschien betekent het ook dat  we te lang met een mannelijke bril naar kwaliteit hebben gekeken?

    Aandacht voor vrouwelijke kunstenaars, het is een mooi begin. Een aantal Nederlandse musea stelt zich de vraag of ze een quotum van vrouwelijke kunstenaars moeten gaan hanteren. Twee musea zijn er inmiddels toe overgegaan en Museum Arnhem, dat al sinds de jaren tachtig aandacht vestigt op vrouwelijke kunstenaars is zelfs zover dat het niet meer hoeft; daar bestaat de collectie al voor meer dan de helft uit vrouwen.

    We vonden het hoog tijd om de provinciale kunstcollectie onder de loep te nemen. Onze onvolprezen registrator Jeroen Spee is halverwege met het onderzoeken en vond de volgende voorlopige cijfers:

    30% van de kunstenaars uit de collectie is vrouw. Dan doen wij het goed ten opzichte van het gemiddelde Nederlandse kunstmuseum. Dat is overigens niet omdat we daar zo hard op gestuurd hebben… Jeroen vond nog iets anders: per mannelijke kunstenaar hebben we gemiddeld 4,5 kunstwerk in de collectie, terwijl dat per vrouwelijke kunstenaar slechts 3,2 kunstwerk is.

    Jeroen duikt nog even verder in de kunstcollectie om de definitieve cijfers boven water te krijgen, maar er lijkt nu al genoeg reden om te herbezinnen. We willen nu via sociale media omgekeerd evenredige aandacht besteden: van de 10 blogs die we gaan schrijven zullen er 7 aan vrouwelijke en 3 aan mannelijke kunstenaars worden gewijd.

    Natuurlijk is het goed om naar een gelijkere verdeling tussen mannelijke en vrouwelijke kunstenaars te kijken, maar er is meer nodig om een gevarieerde kunstcollectie te ontwikkelen. Daarom hanteerden we afgelopen jaar het thema diversiteit als leidraad voor nieuwe aankopen, aangemoedigd door commissielid Samira Barari. We verbreedden onze horizon en bezochten heel uiteenlopende kunstenaars: met verschillende culturele achtergronden, die de genderdiversiteit aan de orde stellen, die níet in Arnhem of Nijmegen wonen, die pas van de academie komen én die juist al heel lang kunstenaar zijn. Maar bovenal stelden we onze bril voor artistieke kwaliteit ter discussie.

    Extern conservator Jackelien Top presenteerde een brede selectie, waar onze rijkgeschakeerde commissie van provinciale ambtenaren vervolgens een keuze uit maakte. Het resultaat is een verrassend palet van kunstwerken, een mooie aanvulling op de kunstcollectie. We laten het u graag zien als we weer in het Huis der Provincie kunnen om mensen te ontvangen. Een tipje van de sluier: we kochten een schilderij uit de serie ‘People Say I’m Different’ die Anya Janssen maakte van een statushouder met wie ze bevriend raakte. De serie is een monument voor deze vrouw in het bijzonder, en misschien wel voor vrouwen in het algemeen. We zien het als gezond tegenwicht tegen de wassende vrouwen Titus Leeser en de mannen in pakken van Ad Gerritsen.

    Kunstwerken in dit blog zijn van Anya Janssen, Titus Leeser en Ad Gerritsen

  • Romeins Gelderland één van de dichtstbevolkte gebieden van Europa

    Erfgoed Gelderland 18-02-2021 286 keer bekeken 0 reacties
    Bericht Romeins Gelderland één van de dichtstbevolkte gebieden van Europa bekijken

    “Voorheen wisten we ook wel dat Gelderland goed bewoonbaar geweest moet zijn, maar nu kunnen we er voor het eerst cijfers op plakken,” vertelt onderzoeker Rozemarijn Moes (23). Voor het project Verhaal van Gelderland dook zij een jaar lang in de cijfers om de Gelderse bevolking van prehistorie tot heden te reconstrueren.

    In de Romeinse tijd moeten er in Gelderland zo’n 63.000 tot 91.000 mensen hebben gewoond. Voor hedendaagse begrippen lijkt dat niet veel, maar toentertijd was dit enorm. “De hoge zandgronden, maar vooral ook de vruchtbare rivierklei zorgden vanaf het vroege begin voor hoge bevolkingsdichtheden,” aldus Moes. Een groot deel van de bevolking woonde in het Rivierengebied. Met meer dan 30 personen per vierkante kilometer behoorde dit gebied daarmee tot Europa’s dichtstbevolkte gebieden.

    Grote afname bevolkingsaantallen
    Deze aantallen zijn inclusief ongeveer 17.000 bewoners van militaire en grote nederzettingen in het Rivierengebied, opgezet om de grens te bewaken. Maar ook zonder Romeinse soldaten woonden er in die tijd veel mensen: gemiddeld meer dan 20 per vierkante kilometer. Ter vergelijking: in het thuisland van de Romeinen, Italië, waren dat er 30, in de Donauregio 9 en in Spanje 12. Met het vertrek van de Romeinen vanaf de vierde eeuw na Christus, nam de bevolking schrikbarend af. Dat had niet alleen met het vertrek van de Romeinen zelf te maken, maar ook met klimaatverandering, ziekte en toegenomen onveiligheid. “Ook boven de limes, de grens van het Romeinse rijk, liep het inwonertal terug, op de Veluwe bijvoorbeeld, waar de aantallen sowieso al lager waren dan in het Rivierengebied. Overal in Europa zijn dergelijke afnames zichtbaar, tot wel 80% van de bevolking”.

    “Tot en met de vroege middeleeuwen ontbreken geschreven bronnen”
    Niet alleen voor de Romeinse tijd, maar ook voor andere tijdsvakken komt Moes met nieuwe cijfers. Een jaar lang werkte ze aan de reconstructie van de Gelderse bevolking van prehistorie tot heden. Het bleek een hele uitdaging: “Eigenlijk hebben we pas vanaf 1795 goed toegankelijke cijfers. Vóór die tijd zijn tellingen fragmentarischer. Tot en met de vroege middeleeuwen ontbreken geschreven bronnen zelfs geheel. Dan kijken we vooral naar archeologie: hoeveel nederzettingen waren er?”

    Onderzoek brengt veel nieuwe inzichten
    De eerste volledige bevolkingsreconstructie brengt veel nieuwe inzichten. Zo blijken het Rivierengebied, de Achterhoek en de Veluwe elk een hele eigen ontwikkeling te ondergaan. “Het voordeel van zo’n reconstructie is dat we Gelderland voor het eerst over een langere periode kunnen volgen. Bovendien is het bij geschiedschrijving altijd belangrijk om te weten over hoeveel mensen je het nu precies hebt. Het maakt voor gebeurtenissen nogal uit of je het over 100 of 100.000 mensen hebt. Juist in dat opzicht biedt dit rapport aanknopingspunten voor nieuw onderzoek. Wat is bijvoorbeeld de samenhang tussen economie en bevolking? En hoe zit het met die laat-Romeinse daling? Nu we de aantallen hebben, kunnen we ook daar naar gaan kijken.”

    Over Verhaal van Gelderland
    De resultaten van het onderzoek worden verwerkt in het Verhaal van Gelderland. Dit overzichtswerk over de Gelderse geschiedenis wordt in 2022 gepubliceerd. Verhaal van Gelderland is een initiatief van Erfgoed Gelderland, hoogleraar Gelderse geschiedenis Dolly Verhoeven aan de Radboud Universiteit, Rozet en Omroep Gelderland om de geschiedenis van Gelderland te beschrijven, breed te presenteren en beleefbaar te maken. Het rapport van Rozemarijn Moes is beschikbaar via Rozet Bibliotheek.

    Afbeelding: Romeinen bouwen omwalling (Bron: RomeinenNU, CC BY 2.0)

Cookie-instellingen
Cookie-instellingen sluiten

Cookie-instellingen wijzigen

Deze website maakt gebruik van cookies. Cookies worden onder andere gebruikt voor het bijhouden van statistieken, het opslaan van voorkeuren, het optimaliseren van deze website, de integratie van social media en marketingdoeleinden. Lees meer over cookies en jouw privacy in ons cookieverklaring. Wij gebruiken de hieronder genoemde soorten cookies.


Deze cookies gebruiken we om de basisfuncties van deze website te kunnen laten draaien en om inzicht te krijgen in het gebruik. Deze cookies verzamelen nooit persoonsgegevens. Deze cookies zijn noodzakelijk voor het functioneren van de website en worden daarom altijd geplaatst.

Deze cookies verzamelen gegevens zodat we inzicht krijgen in het gebruik en deze website verder kunnen verbeteren.

Indien u deze toestaat, worden deze cookies gebruikt door aanbieders van externe content die op deze website kan worden getoond. In sommige gevallen gaat het daarbij om marketing- en/of tracking cookies, die het gedrag van bezoekers vastleggen en op basis daarvan gepersonaliseerde advertenties tonen op andere websites.