Blogs

Blogs, interview en film

Wil je zelf een blog of artikel schrijven of een link naar een filmpje of website plaatsen? Dat kan. Klik op 'Bericht toevoegen'. Hiervoor heb je wel een profiel nodig.

  • Kitty van der Mijll Dekker – in de serie meer aandacht voor vrouwen in de kunstcollectie

    Gabrielle de Nijs Bik 12-06-2021 135 keer bekeken 0 reacties
    Bericht Kitty van der Mijll Dekker – in de serie meer aandacht voor vrouwen in de kunstcollectie bekijken

    Kitty van der Mijll Dekker, het verhaal achter de maaktster van een vloerkleed

    Het lijkt saai, een bestand met informatie over kunstwerken bijhouden. Toch doen we het en het levert een schat aan informatie op. Zo constateerden we scheve verhoudingen in de kunstcollectie van de provincie Gelderland: voorlopige tellingen wijzen uit dat 70 procent van de kunstenaars in de collectie man is, slechts 30% vrouw. Iets om op te letten bij nieuwe aankopen, al zal het, ook met de nodige inspanningen niet zomaar gelijkgetrokken zijn. Wat we ook kunnen doen is meer aandacht besteden aan de vrouwelijke kunstenaars in de collectie. We gaan dan ook in blogs de omgekeerde verhoudingen toepassen: van de tien blogs die we schrijven, zullen er zeven over een vrouwelijke kunstenaar gaan en drie over een mannelijke. Deze eerste is voor Kitty van der Mijll Dekker, van wie de provincie Gelderland een groot vloerkleed en tafellinnen in bezit heeft.

    Midden in de Statenzaal van het Gelderse Huis der Provincie ligt een vloerkleed. Het is een geschenk van de Plattelandsvrouwen bij de oplevering van de nieuwbouw in 1954. Het kleed stelt zich bescheiden op: het voegt zich qua kleur en materiaal in de ruimte en stelt Gelderland voor. We zien de contouren van de provincie. Op zich weinig opzienbarends, totdat je de geschiedenis van de maakster leert kennen.

    Het verhaal begint in de jaren twintig van de vorige eeuw, de roaring twenties, nu ongeveer honderd jaar geleden. Een tijd van idealen, internationalisering en een breuk met het verleden om grote vlucht vooruit te maken, op weg naar een betere wereld. Onze hoofdpersoon, Kitty van der Mijll Dekker, wil architect worden. Na opleidingen in Den Haag en Londen, ontdekt ze het Bauhaus, een kunstacademie in Dessau, Duitsland waar architecten, kunstenaars en ambachtslieden worden opgeleid om “samen het gebouw van de toekomst te realiseren.” De sfeer op het Bauhaus is er een van creativiteit, hoop en euforie: nieuwe materialen en technieken staan ten dienste van een betere toekomst voor iedereen. De schoolfeesten zijn energiek, de foto’s experimenteel, niets lijkt een moderne toekomst in de weg te liggen. Kitty woont in een buitenwijk van Dessau en gaat, geheel in stijl, opvallend gekleed met een lichtgroene broek en een kort kapsel. Buurkinderen moeten daar niets van hebben, ze gooien met stenen naar haar.

    2019 was een belangrijk herdenkingsjaar: het was 100 jaar geleden dat het Bauhaus werd opgericht en 100 jaar geleden dat vrouwen actief kiesrecht kregen. Beide waren aanleiding om onderzoek te doen naar het gendervraagstuk bij het Bauhaus. Bovendien komt er meer aandacht voor de “Bauhausmädeln”, hun werk was tot dan toe onderbelicht gebleven. Hoewel we niet moeten vergeten dat de emancipatie vrouwen nog maar net op gang kwam, is de conclusie met de ogen van nu schokkend: Hoe vooruitstrevend de sfeer op het Bauhaus ook lijkt, van gelijkheid tussen mannen en vrouwen was geen sprake. De directie ziet een grote toestroom van vrouwen, maakt zich zorgen over de beeldvorming. “Zoveel vrouwen zal de reputatie van het Bauhaus geen goed doen”, zo redeneert de directie. Ze grijpt in: Vrouwen worden ontmoedigd; er komt een quotum, vrouwen betalen meer schoolgeld en krijgen nauwelijks de kans toe te treden tot de architectuuropleiding. Er is niet alleen een hiërarchie tussen mannen en vrouwen, ook de verschillende opleidingen staan in een bepaalde hiërarchie ten opzichte van elkaar. De architectuuropleiding aan de top van de piramide, de andere disciplines zijn dienend aan de architectuur. Vrouwen worden, vaak tegen wil en dank, na het basisjaar naar het weefatelier gedirigeerd.

    In Nederland had haar oom Kitty al ontraden architect te worden, want “Bouwvakkers luisteren niet naar vrouwen.” Dat neemt ze ter harte, ze stelt haar ambitie bij en wil nu binnenhuisarchitect worden. Ook dat blijkt niet haalbaar; na het basisjaar bij het Bauhaus zit er ook voor haar niets anders op dan haar opleiding te vervolgen in het weefatelier. Ze vindt het er aanvankelijk pietepeuterig en knus, maar schikt zich en concludeert dat de decoratieve kant haar meer ligt dan de constructieve kant. “De ingenieursvonk ontbrak me, zoals den meesten vrouwen.” Je kunt je natuurlijk afvragen of Kitty meer aanleg had voor weven dan voor architectuur, of dat dat de stereotypering van de tijd is die dat bepaalt.

    Onder leiding van Gunta Stölzl haalden de “Bauhäusmädeln” binnen de beperking van het weefatelier alles uit de kast. Het weefatelier is financieel de meest succesvolle opleiding en levert bijzondere talenten af. Stölzl  laat haar studenten, onder wie Kitty, experimenteren met verfstoffen, de nieuwste van de nieuwste weefgetouwen, abstracte patronen en materialen als cellofaan, ijzerdraad, raffia en synthetische garens. In 1932 rondt Kitty haar opleiding af. Ze staat te boek als de enige Nederlander die het Bauhaus heeft afgerond.

    Terug in Nederland richt zij zich op drie sporen: ze start haar eigen weefatelier “De Wipstrik” in Nunspeet, ze geeft weef- en textielontwerples aan een van de voorlopers van de Rietveldacademie in Amsterdam en maakt ontwerpen voor de textielindustrie. In die laatste hoedanigheid brengt ze vernieuwing in het ontwerp van theedoeken en oogst daar lof mee. Een journalist schrijft in 1937: “Waarlijk, het is aan deze kunstnijvere gelukt onze theedoeken een fleuriger, wij zouden zeggen een modern cachet te geven.” De theedoek is ter gelegenheid van 100 jaar Bauhaus opnieuw in productie genomen in het Textielmuseum in Tilburg.

    Ook de kleden die ze bij haar weverij De Wipstrik ontwerpt en weeft, maken furore: het zijn Nederlandse pronkstukken tijdens de vooroorlogse wereldtentoonstellingen in Brussel en Parijs. Ze wint er prijzen mee en ze worden opgenomen in museale collecties, onder andere van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Het zijn kleden met abstract-geometrische patronen, waarin gebruik gemaakt is van garens met verschillende diktes, lichte kleurverschillen, en waarmee een reliëf is gecreëerd.

    Ondanks die artistieke waardering, is het moeilijk geld verdienen met het atelier. In de crisisjaren voor de oorlog, de oorlogsjaren en vlak daarna zit niemand te wachten op dure handgeknoopte en geweven kleden in moderne vormgeving. Later zijn er nieuwe kansen: veel kunstenaars worden ingezet bij de wederopbouw. Nieuwe gebouwen worden zogenaamde Gesamtkunstwerken, gebouwen waarin architectuur, kunst en vormgeving samenkomen tot samenhangend geheel, het ideaal waar het Bauhaus ook naar streefde. In Arnhem moet een nieuw provinciehuis verrijzen, het oude is ter ziele gegaan bij een van de bombardementen op het centrum van de stad. Bram Hammacher, directeur van het Kröller Müller Museum wordt aangezocht kunstenaars te zoeken om hun bijdrage te leveren aan het Huis der Provincie. Hij stelt onder meer voor dat Kitty van der Mijll Dekker een vloerkleed ontwerpt voor het hart van het gebouw: de Statenzaal. Ze knoopt het kleed eigenhandig in haar atelier in Nunspeet. Blij als ze is met deze opdracht (het zorgt ten slotte voor brood op de plank) doet ze concessies aan haar artistieke aspiraties.  Ze ontwerpt een kleed met een gestileerde verbeelding van Gelderland. Zelf zegt ze daarover: “Deze figuratieve, decoratieve ontwerpen hebben niets met het Bauhaus van doen.”

    Het tijdschrift Vrouw en Haar Huis roemt haar nederigheid: “Kitty vergeet nooit de ondergeschikte plaats, die de vloerbedekking en wandbekleding in een vertrek behoren in te nemen: ze mogen sfeer scheppen, doch zich nooit als zelfstandig versieringsmotief opdringen.” Het vloerkleed is als leven van Kitty zelf: een groot talent voor ondergeschiktheid of om zich voegen naar haar omgeving. Het was hoog tijd aandacht te besteden aan deze bijzondere en bescheiden vrouw.

     

  • LINE-UP ERFGOEDFESTIVAL 2021 BEKEND

    Erfgoed Gelderland 03-06-2021 209 keer bekeken 0 reacties
    Bericht LINE-UP ERFGOEDFESTIVAL 2021 BEKEND bekijken

    Een mix van Gelderse talenten en gevestigde namen, waaronder Ellen ten Damme en rapper Rico, gaat deze zomer op ontdekkingstocht op bijzondere Gelderse erfgoedlocaties. Daar laten zij zich voor het Erfgoedfestival inspireren tot het maken van nieuw werk, gebaseerd op het thema van de Maand van de Geschiedenis ‘Aan het werk’. Zondag 3 oktober presenteren de artiesten de eindresultaten van hun residenties. Het Erfgoedfestival is daarmee tevens de landelijke opening van de Maand van de Geschiedenis (3 oktober t/m 31 oktober). De artiesten die dit jaar de uitdaging aangaan zijn inmiddels bekend!

    De line-up
    Harpist Remy van Kesteren gaat het experiment aan bij Museum Tweestromenland in Beneden-Leeuwen. Alleskunner Ellen ten Damme ontdekt de geschiedenis van de visserij in het Bottermuseum in Harderwijk. Cabaretière Katinka Polderman duikt met hulp van onderzoekster Sophie Reinders in de bijzondere boekencollectie bij Radboud Erfgoed in Nijmegen. Rapper Rico (bekend van Opgezwolle) bezoekt het wonderlijke Kasteel Huis Bergh in ’s-Heerenbergh en cabaretier Merijn Scholten (bekend van De Partizanen) laat zich inspireren bij CODA in Apeldoorn.

    Het Erfgoedfestival biedt ook een podium aan jong talent. Zo gaat het voltallige Jong Metropole naar het Erfgoedcentrum Zutphen. Vera Bon duikt in de collectie van het Huis der Provincie in Arnhem. Drie internationale studenten van ArtEZ gaan aan de slag met de historische kledingcollectie van Museum Smedekinck in Zelhem. Inbal Abir laat zich inspireren door het Anton Pieck Museum in Hattem en het hiphop-collectief Eastwave verlaat de Achterhoek voor een bezoek aan het Van ’t Lindenhoutmuseum in Nijmegen.

    Over het Erfgoedfestival
    Het Erfgoedfestival is in aanloop naar en gedurende de Maand van de Geschiedenis online te volgen op erfgoedfestival.nl en via de socialmediakanalen van het festival. Daarnaast zijn er in de maand oktober enkele live optredens van de verschillende artiesten waar een beperkt aantal bezoekers bij aanwezig kan zijn.

    Het initiatief voor het Erfgoedfestival ligt bij Erfgoed Gelderland, een coöperatie van meer dan 220 erfgoedorganisaties in de provincie. Dit is het zevende festival. Het Erfgoedfestival werkt samen met veel andere organisaties. De Provincie Gelderland speelt een belangrijke rol, niet alleen als sponsor, maar dit jaar ook als deelnemer. De gemeentes Nijmegen en Zutphen zetten de deuren wijd open voor de opening en de afsluiting van het festival. Meer informatie is te vinden op erfgoedfestival.nl.

  • Een diverse en inclusieve cultuursector in Gelderland

    Esmée van den Akker 02-06-2021 32 keer bekeken 1 reacties
    Bericht Een diverse en inclusieve cultuursector in Gelderland bekijken

    Diversiteit en inclusie: iedereen lijkt er wat van te vinden. Essentieel, ongemakkelijk, een verrijking voor de kwaliteit of juist een politieke hype, zomaar wat begrippen die je tegen kunt komen in het debat rondom D&I. Ook in de culturele sector groeit de aandacht die eraan wordt besteed, waarmee zowel kennis en ervaring als nieuwe vraagstukken het licht zien. Bij wijze van handleiding, of omgangsvorm, stelde de culturele sector in 2019 de Code Diversiteit en Inclusie op. In deze blog vertel ik wat meer over de inhoud van deze Code, en wat dit zou kunnen betekenen voor de manier waarop Provincie Gelderland relaties met culturele instellingen onderhoudt. Want wat je ook van D&I vindt, de diverse maatschappij is anno 2021 toch wel een gegeven. En als we er niet omheen kunnen, kunnen we er maar beter voor zorgen dat de culturele sector een goede afspiegeling van die samenleving is en iedereen zich er welkom voelt. 

    Misschien eerst nog een stukje context. Het eerste kwartaal van dit jaar heb ik vanuit mijn master Kunstbeleid en Kunstbedrijf een onderzoeksstage uitgevoerd bij de provincie. Tijdens deze stage bekeek ik de vraag die hierboven gesteld werd: hoe kan de provincie omgaan met de Code Diversiteit en Inclusie bij het verstrekken van meerjarensubsidies aan culturele (niet-BIS) instellingen?

    De Code 
    In de Code D&I1 zelf komt de beoogde rol van de overheid op het volgende neer. Bij verstrekking van subsidies wordt van instellingen verwacht dat ze niet alleen de Code toepassen, maar ook uitleggen waarom ze dit doen op de manier waarop ze dit doen. Werken ze bijvoorbeeld met quota, of juist niet? En waarom dan? Dit heet in de Code: “Pas toe én leg uit.” Vervolgens blijft de overheid in kwestie regelmatig met de instelling praten en terugkoppelen over de voortgang van de gemaakte plannen. Afrekenen op basis van metingen past niet binnen de aard van de Code.
    Ook is het nog goed te benadrukken dat de Code zich niet alleen naar een diverse sector streeft, maar ook naar één waar iedereen zich welkom en gehoord voelt. Kortom, een inclusieve sector.

    Vier P’s, vijf principes
    Verder is de Code gebaseerd op vier P’s en vijf principes die door de culturele instellingen worden gevolgd. De vier P’s zijn de vier dragers waarop het plan van aanpak gebaseerd wordt: publiek, personeel, programma en partners. Het zijn als het ware de verschillende onderdelen waarop meer/ betere diversiteit en inclusie wordt nagestreefd. De vijf principes zijn vervolgens eigenlijk al een soort stappen waar instellingen op hun eigen manier invulling aan kunnen geven onder het credo van “pas toe én leg uit.” Deze stappen beginnen met de situatie inzichtelijk krijgen (stap 1). Daarna wordt diversiteit en inclusie in de visie van de instelling geïntegreerd (stap 2) en wordt binnen de organisatie draagvlak bewerkstelligd (stap 3). Vervolgens wordt op basis van de vier P’s het plan van aanpak opgesteld (stap 4) en monitort en evalueert men de voortgang regelmatig (stap 5). 

    Goede representatie
    Misschien denk je; waarom is dit allemaal nodig? Uit verscheidene onderzoeken is gebleken dat de culturele sector nog geen goede representatie is van de diverse maatschappij. Wat betreft culturele achtergrond, maar ook wat betreft gender, leeftijd, fysiek vermogen, seksuele voorkeur, opleidingsniveau en meer. Deze situatie heeft te maken met de manier waarop de sector nu functioneert, schrijven bijvoorbeeld wetenschappers Orion Brook et. al in hun onderzoek Culture is Bad for You.2 Het is daarom socialer en eerlijker als we er voor zorgen dat iedereen gelijke kansen krijgt.

    Daarnaast hebben diversiteit en inclusiviteit ook eenvoudigweg veel voordelen voor instellingen, aldus onderzoek uitgevoerd door Diversiteit in Bedrijf. 3 Zo zal bijvoorbeeld de kwaliteit van de culturele uitvoer toenemen: als meer mensen toegang hebben tot de sector, wordt de talentenvijver immers groter. Meer divers en inclusief personeel, publiek, partners en programma zorgt er ook voor dat meer stemmen gehoord worden en zo meer (verschillende) kennis beschikbaar is, én deze mensen brengen voor de instellingen toegang tot nieuwe netwerken mee. Dit is maar een kleine greep uit de potentiële winst. Benieuwd naar meer? De Code zelf noemt er nog een heel aantal, maar ook een vluchtige zoektocht op een zoekmachine naar keuze vult deze lijst al snel aan.

    Ook in Gelderland
    Zo is er dus ook voor Provincie Gelderland relevantie om hierin te investeren, immers neemt de kwaliteit van het cultuuraanbod in Gelderland zo toe. Maar hoe? Hoe kan de provincie hier op een constructieve manier aan bijdragen? Om deze vraag te kunnen beantwoorden, is de huidige situatie bij de instellingen die nu meerjarige subsidie ontvangen en de context van de provincie relevant. Hoewel er al veel goede en interessante dingen gebeuren op dit gebied, kwamen tijdens mijn onderzoek ook een aantal verbeterpunten naar boven gekomen. Ik zal hier een paar korte voorbeelden geven.

    Zo wordt bijvoorbeeld door alle instellingen de noodzaak van investeren in diversiteit en inclusie onderschreven, maar het blijft tot nu toe nog regelmatig steken bij het erkennen van het probleem. Daadwerkelijke actie wordt nog grotendeels voor de toekomst bewaard en als agendapunt verdwijnt het onderwerp als eerste weer naar de achtergrond. Waar wel actie wordt ondernomen, ligt vrijwel alle aandacht op diversiteit. Blijkbaar wordt de toegevoegde waarde van inclusie nog minder ervaren, of is niet duidelijk hoe hiermee aan de slag kan worden gegaan. De meeste aandacht werd besteed aan diversifiëren van de P van publiek. Hierbinnen ging de meeste aandacht naar culturele achtergrond van het publiek (en leeftijd, meestal in de context van educatie). Over het algemeen is de focus dus nog erg smal: één van de P’s, één bepaald demografisch kenmerk en vooral gericht op diversiteit.

    Een proces
    Al deze punten belemmeren een optimaal functionerende cultuursector in Gelderland omdat een grote groep (mogelijk) in cultuur geïnteresseerde mensen niet wordt bereikt. Een manier voor de provincie om verbreding en verdieping te stimuleren, heb ik gezocht in de wetenschappelijke hoek van intersectionaliteit en categoriaal versus aspecifiek diversiteitsbeleid. In het kort komt het resultaat neer op structureel tijd inplannen, zodat het onderwerp een vaste component van goede bedrijfsvoering kan worden, en regelmatig samen evalueren en bepraten met speciale aandacht voor bovengenoemde aandachtspunten. Ook is het aan te raden dat de provincie de instellingen voorafgaand en na afloop van de subsidieperiode vraagt om een meting uit te voeren, op basis waarvan de instellingen een wensbeeld kunnen opstellen. Zo wordt uitgegaan van het positieve (wat is de ideale situatie?) in plaats van het negatieve (hoe repareren we de situatie?) en heb je een meetlat voor de behaalde resultaten.

    Want wat je ook vind van diversiteit en inclusie, het blijft boven alles een proces. Een proces van leren en proberen, trial and error, draagvlak creëren en behouden, openstaan voor elkaars perspectieven en niet beschroomd zijn om die van jezelf bij te stellen. En dat lukt alleen door er gewoon maar mee aan de slag te gaan.


    Meer weten?
    Benieuwd naar meer over diversiteit en inclusie? Kijk eens op deze sites ter inspiratie:

    https://codedi.nl/
    Voor de code zelf, tips, good practices en interessante trainingen en lezingen.

    https://www.onderhuids.nl/test-jezelf/
    Test hier je onbewuste voorkeuren of -oordelen voor huidskleur of culturele afkomst.

    https://www.lkca.nl/categorie/thema/inclusie-en-diversiteit/
    Hier vind je vele artikelen en opiniestukken over D&I, met nadruk op onderwijs en participatie.

    https://studio-inclusie.nl/
    STUDIO i is een initiatief geweest van Stedelijk Museum Amsterdam en Van Abbemuseum. Lees hier over inclusie, hokjesdenken (en juist niet) en het ontwikkelen van projecten niet voor- maar met gemeenschappen.

    Wil je zelf aan de slag met het meten van diversiteit en inclusie binnen je organisatie? Op codedi.nl vind je het meetplan van de Code zelf. Ook het meetplan van STUDIO i is erg interessant. Deze richt zich uitsluitend op inclusie: https://www.eur.nl/ice/nieuws/groeien-naar-meer-inclusie-de-culturele-sector-van-theory-change-naar-meetplan 


     
    1 Zie Code Diversiteit en Inclusie, uitgegeven door de culturele sector, 2019. https://codedi.nl/
    2 Brook, Orion et al. Culture is Bad for You. Manchester University Press, 2020, pag. 2.
    3 Zie bijvoorbeeld Code Diversiteit en Inclusie, uitgegeven door de culturele sector, 2019, pag. 3.

     

     

     

  • Over scheve verhoudingen in het verleden en een monument voor een vrouw

    Gabrielle de Nijs Bik 17-03-2021 1085 keer bekeken 0 reacties
    Anya Janssen, People say I'm different

    Kunst in het Huis der Provincie
    Vorige week Internationale Vrouwendag, vandaag Tweede Kamerverkiezingen. Het deed me denken aan anderhalf jaar geleden, toen we honderd jaar vrouwenkiesrecht vierden. We organiseerden een rondleiding langs de kunstcollectie van de provincie Gelderland, met specifieke aandacht voor vrouwen. Vanzelfsprekend lichtten we werk toe van vrouwelijke kunstenaars: grand old ladies als Charlotte van Pallandt (van het borstbeeld van Koningin Juliana) en Kitty van der Mijl Dekker (van het kleed in de Statenzaal), en Maria Roosen (van de Berries), Rosemin Hendriks (van de zelfportretten in klare lijn), Aline Eras (van de serie achterhoofden), om er maar een paar te noemen. Maar we konden het ook niet laten aandacht te vestigen op stille getuigen van scheve verhoudingen in het verleden. Het hekwerk van Titus Leeser, stereotype van gespierde mannen aan de fysieke arbeid en freile vrouwen die aan het wassen zijn. Een beeld van nog geen 75 jaar geleden, gelukkig is sindsdien veel gebeurd. Ook stonden we stil bij het portret dat Ad Gerritsen in 2003 maakte van het toenmalige college. Wat denk je? Alleen mannen. Alleen witte mannen, alleen witte mannen van middelbare leeftijd, alleen witte mannen van middelbare leeftijd in blauwe pakken. De opvallendste diversiteit zit ‘m in de kleur van de das (want ook die draagt ieder collegelid). Kunst maakt dingen zichtbaar, zo blijkt maar weer eens.

     

     

    Internationale Vrouwendag maakte ook dat de media afgelopen week bol stonden van aandacht voor de betekenis van vrouwen in de kunstgeschiedenis. Een aantal treurige constateringen:

    1. Op de kunstmarkt spelen vrouwelijke kunstenaars een marginale rol
    2. Het aandeel vrouwelijke kunstenaars in museale collectie in Nederland is bedroevend laag, slechts 13% en het merendeel daarvan schijnt ook nog eens in de depots opgeslagen te zijn.
    3. In kunsthistorische handboeken, dé boeken die kunsthistorici tijdens hun opleiding als basis gebruiken, stond tot voor kort geen enkele en sinds de laatste herdruk slechts 1 vrouwelijke kunstenaar

    Het tijdschrift See All This ontdekte dat vrouwen vooral genegeerd worden. “We kijken met één oog dicht” betoogt de redactie. Veel te lang is aangenomen dat er geen vrouwelijke kunstenaars zijn en áls ze er wel zijn, ze onvoldoende kwaliteit leveren. In de laatste editie belichten ze 379 vrouwen, om maar weer eens te bewijzen dat het tegendeel waar is. Misschien betekent het ook dat  we te lang met een mannelijke bril naar kwaliteit hebben gekeken?

    Aandacht voor vrouwelijke kunstenaars, het is een mooi begin. Een aantal Nederlandse musea stelt zich de vraag of ze een quotum van vrouwelijke kunstenaars moeten gaan hanteren. Twee musea zijn er inmiddels toe overgegaan en Museum Arnhem, dat al sinds de jaren tachtig aandacht vestigt op vrouwelijke kunstenaars is zelfs zover dat het niet meer hoeft; daar bestaat de collectie al voor meer dan de helft uit vrouwen.

    We vonden het hoog tijd om de provinciale kunstcollectie onder de loep te nemen. Onze onvolprezen registrator Jeroen Spee is halverwege met het onderzoeken en vond de volgende voorlopige cijfers:

    30% van de kunstenaars uit de collectie is vrouw. Dan doen wij het goed ten opzichte van het gemiddelde Nederlandse kunstmuseum. Dat is overigens niet omdat we daar zo hard op gestuurd hebben… Jeroen vond nog iets anders: per mannelijke kunstenaar hebben we gemiddeld 4,5 kunstwerk in de collectie, terwijl dat per vrouwelijke kunstenaar slechts 3,2 kunstwerk is.

    Jeroen duikt nog even verder in de kunstcollectie om de definitieve cijfers boven water te krijgen, maar er lijkt nu al genoeg reden om te herbezinnen. We willen nu via sociale media omgekeerd evenredige aandacht besteden: van de 10 blogs die we gaan schrijven zullen er 7 aan vrouwelijke en 3 aan mannelijke kunstenaars worden gewijd.

    Natuurlijk is het goed om naar een gelijkere verdeling tussen mannelijke en vrouwelijke kunstenaars te kijken, maar er is meer nodig om een gevarieerde kunstcollectie te ontwikkelen. Daarom hanteerden we afgelopen jaar het thema diversiteit als leidraad voor nieuwe aankopen, aangemoedigd door commissielid Samira Barari. We verbreedden onze horizon en bezochten heel uiteenlopende kunstenaars: met verschillende culturele achtergronden, die de genderdiversiteit aan de orde stellen, die níet in Arnhem of Nijmegen wonen, die pas van de academie komen én die juist al heel lang kunstenaar zijn. Maar bovenal stelden we onze bril voor artistieke kwaliteit ter discussie.

    Extern conservator Jackelien Top presenteerde een brede selectie, waar onze rijkgeschakeerde commissie van provinciale ambtenaren vervolgens een keuze uit maakte. Het resultaat is een verrassend palet van kunstwerken, een mooie aanvulling op de kunstcollectie. We laten het u graag zien als we weer in het Huis der Provincie kunnen om mensen te ontvangen. Een tipje van de sluier: we kochten een schilderij uit de serie ‘People Say I’m Different’ die Anya Janssen maakte van een statushouder met wie ze bevriend raakte. De serie is een monument voor deze vrouw in het bijzonder, en misschien wel voor vrouwen in het algemeen. We zien het als gezond tegenwicht tegen de wassende vrouwen Titus Leeser en de mannen in pakken van Ad Gerritsen.

    Kunstwerken in dit blog zijn van Anya Janssen, Titus Leeser en Ad Gerritsen

  • Romeins Gelderland één van de dichtstbevolkte gebieden van Europa

    Erfgoed Gelderland 18-02-2021 141 keer bekeken 0 reacties
    Bericht Romeins Gelderland één van de dichtstbevolkte gebieden van Europa bekijken

    “Voorheen wisten we ook wel dat Gelderland goed bewoonbaar geweest moet zijn, maar nu kunnen we er voor het eerst cijfers op plakken,” vertelt onderzoeker Rozemarijn Moes (23). Voor het project Verhaal van Gelderland dook zij een jaar lang in de cijfers om de Gelderse bevolking van prehistorie tot heden te reconstrueren.

    In de Romeinse tijd moeten er in Gelderland zo’n 63.000 tot 91.000 mensen hebben gewoond. Voor hedendaagse begrippen lijkt dat niet veel, maar toentertijd was dit enorm. “De hoge zandgronden, maar vooral ook de vruchtbare rivierklei zorgden vanaf het vroege begin voor hoge bevolkingsdichtheden,” aldus Moes. Een groot deel van de bevolking woonde in het Rivierengebied. Met meer dan 30 personen per vierkante kilometer behoorde dit gebied daarmee tot Europa’s dichtstbevolkte gebieden.

    Grote afname bevolkingsaantallen
    Deze aantallen zijn inclusief ongeveer 17.000 bewoners van militaire en grote nederzettingen in het Rivierengebied, opgezet om de grens te bewaken. Maar ook zonder Romeinse soldaten woonden er in die tijd veel mensen: gemiddeld meer dan 20 per vierkante kilometer. Ter vergelijking: in het thuisland van de Romeinen, Italië, waren dat er 30, in de Donauregio 9 en in Spanje 12. Met het vertrek van de Romeinen vanaf de vierde eeuw na Christus, nam de bevolking schrikbarend af. Dat had niet alleen met het vertrek van de Romeinen zelf te maken, maar ook met klimaatverandering, ziekte en toegenomen onveiligheid. “Ook boven de limes, de grens van het Romeinse rijk, liep het inwonertal terug, op de Veluwe bijvoorbeeld, waar de aantallen sowieso al lager waren dan in het Rivierengebied. Overal in Europa zijn dergelijke afnames zichtbaar, tot wel 80% van de bevolking”.

    “Tot en met de vroege middeleeuwen ontbreken geschreven bronnen”
    Niet alleen voor de Romeinse tijd, maar ook voor andere tijdsvakken komt Moes met nieuwe cijfers. Een jaar lang werkte ze aan de reconstructie van de Gelderse bevolking van prehistorie tot heden. Het bleek een hele uitdaging: “Eigenlijk hebben we pas vanaf 1795 goed toegankelijke cijfers. Vóór die tijd zijn tellingen fragmentarischer. Tot en met de vroege middeleeuwen ontbreken geschreven bronnen zelfs geheel. Dan kijken we vooral naar archeologie: hoeveel nederzettingen waren er?”

    Onderzoek brengt veel nieuwe inzichten
    De eerste volledige bevolkingsreconstructie brengt veel nieuwe inzichten. Zo blijken het Rivierengebied, de Achterhoek en de Veluwe elk een hele eigen ontwikkeling te ondergaan. “Het voordeel van zo’n reconstructie is dat we Gelderland voor het eerst over een langere periode kunnen volgen. Bovendien is het bij geschiedschrijving altijd belangrijk om te weten over hoeveel mensen je het nu precies hebt. Het maakt voor gebeurtenissen nogal uit of je het over 100 of 100.000 mensen hebt. Juist in dat opzicht biedt dit rapport aanknopingspunten voor nieuw onderzoek. Wat is bijvoorbeeld de samenhang tussen economie en bevolking? En hoe zit het met die laat-Romeinse daling? Nu we de aantallen hebben, kunnen we ook daar naar gaan kijken.”

    Over Verhaal van Gelderland
    De resultaten van het onderzoek worden verwerkt in het Verhaal van Gelderland. Dit overzichtswerk over de Gelderse geschiedenis wordt in 2022 gepubliceerd. Verhaal van Gelderland is een initiatief van Erfgoed Gelderland, hoogleraar Gelderse geschiedenis Dolly Verhoeven aan de Radboud Universiteit, Rozet en Omroep Gelderland om de geschiedenis van Gelderland te beschrijven, breed te presenteren en beleefbaar te maken. Het rapport van Rozemarijn Moes is beschikbaar via Rozet Bibliotheek.

    Afbeelding: Romeinen bouwen omwalling (Bron: RomeinenNU, CC BY 2.0)

  • Interview gedeputeerde Drenth over museumbeleid

    Daphne Seegers 14-02-2021 541 keer bekeken 3 reacties
    Bericht Interview gedeputeerde Drenth over museumbeleid bekijken

    Gelderland telt zo’n 120 musea, grote en kleine. Ze laten allemaal een stukje zien van ons Gelders verleden en onze Gelderse identiteit. Provincie Gelderland werkt aan nieuw provinciaal museumbeleid. Daarbij hebben we een aantal doelen voor ogen, vertelt Gelders gedeputeerde Peter Drenth: “We willen zorgen dat onze Gelders musea op de toekomst zijn voorbereid, we gaan ze aanmoedigen samen te werken om hun bezoekers het ‘Verhaal van Gelderland’ te vertellen en we willen dat musea voor zoveel mogelijk Gelderlanders toegankelijk zijn. Hoe we dat precies gaan doen, bepalen we als provincie niet alleen. Dat doen we samen met de musea”.

    Voor Gelderland is dat belangrijk, juist omdat binnen de grenzen van de provincie er zoveel diversiteit is als het gaat om musea. Peter Drenth: “Gelderland is de mooiste provincie, rijk aan cultuur en erfgoed, en dat maakt ons uniek. We zijn trots op onze monumenten, onze musea, onze historische landschappen. Ons cultuur en erfgoed, zowel het materiële als het immateriële, zijn belangrijk voor het historisch besef en benadrukken onze gezamenlijke identiteit. Musea hebben een cruciale rol. Niet in het minst door de duizenden vrijwilligers die hierin actief zijn en die zo ons erfgoed levend houden, en overdragen op volgende generaties. Maar ook voor onze economie: musea zijn van grote waarde voor onze toeristische sector. Denk bijvoorbeeld aan het CODA in Apeldoorn, het Kröller-Müller Museum in Otterlo en het Vrijheidsmuseum in Groesbeek”. 

    Verhaal van Gelderland en samenwerking
    Drenth ziet voor onze musea ook een rol om Het Verhaal van Gelderland te vertellen. Het Verhaal van Gelderland is een project onder leiding van Dolly Verhoeven en Erfgoed Gelderland, die werken aan een serie boeken over de geschiedenis van Gelderland. De serie verschijnt volgend jaar en gaat over welke ontwikkelingen kenmerkend zijn voor het gebied dat nu Gelderland is. Drenth: “Wat bindt ons in Gelderland, wat brengt ons samen? Ieder museum vertelt een deel van het verleden, en ook van de thematische verhaallijnen binnen het Verhaal van Gelderland. Denk bijvoorbeeld aan de Romeinse Limes, of het thema vrijheid. Of ze of prikkelen tot nadenken over onze identiteit. Hét verhaal van Gelderland bestaat niet, het gaat om alle verhalen samen en dat vertel je niet in je eentje of op één plek. Samenwerking maakt elk afzonderlijk verhaal sterker”.  

    Toegankelijk voor iedereen
    Provincie Gelderland vindt het ook belangrijk dat alle inwoners van Gelderland kunnen genieten van wat de musea te bieden hebben. Drenth: “Musea leggen verbindingen, tussen verhalen, tussen op zichzelf misschien droge feitjes. Ze laten zien dat dat ene potje past in een groter verhaal over hoe onze samenleving er misschien honderden jaren geleden uitzag, of hoe we toen dachten over kunst, of over de samenleving. Musea kunnen een belangrijke lokale en regionale functie spelen, voor inwoners en toeristen. En voor al die Gelderlanders die als vrijwilliger willen bijdragen aan het levend houden van ons verhaal. Daarom is het bijvoorbeeld belangrijk dat musea hun eigen collectie, waar mogelijk, verbinden met andere Gelderse musea en op die manier een onderdeel van de bredere culturele infrastructuur vormen.”

    Voorbereid op de toekomst
    “Waarom vindt de provincie samenwerking zo belangrijk? Nou, wij zien het provinciaal belang en onze rol vooral in het opzoeken en ondersteunen van verbindingen. Als wij willen dat ons cultuur en erfgoed voor toekomstige inwoners en bezoekers van binnen- en buitenland bewaard wordt en toegankelijk blijft, ook in tijden dat het misschien minder gaat, dan zullen we er samen voor moeten zorgen dat we een sterke en verbonden toekomstbestendige museale sector hebben. Hoe dat moet gebeuren kunnen en willen wij als provincie niet opleggen, dat moet ook vanuit de sector zelf komen. Daarom willen wij musea aanmoedigen om zelf met plannen te komen over hoe we dat met zijn allen kunnen bereiken en wat de provinciale rol daarin kan zijn”.

    Praat mee!

    1. https://cultuurenerfgoed.gelderland.nl/Praat+mee/1879995.aspx?t=Discussie-musea-in-Gelderland-Belang-samenwerking-tussen-musea
       
    2. https://cultuurenerfgoed.gelderland.nl/Praat+mee/1882472.aspx?t=Discussie-musea-in-Gelderland-Het-belang-van-de-inzet-van-vrijwilligers
       
    3. https://cultuurenerfgoed.gelderland.nl/Praat+mee/1884400.aspx?t=Discussie-musea-in-Gelderland-Het-museumpubliek-vergrijst-
       
    4. https://cultuurenerfgoed.gelderland.nl/Praat+mee/1886390.aspx?t=Discussie-musea-in-Gelderland-Verbind-musea-via-verhaallijnen
       
    5. https://cultuurenerfgoed.gelderland.nl/Praat+mee/1888720.aspx?t=Discussie-musea-in-Gelderland-Verbind-collectie-met-actuele-maatschappelijke-vraagstukken
  • De zusjes Xanne en Ise

    Erfgoed Gelderland 05-11-2020 557 keer bekeken 0 reacties
    Bericht De zusjes Xanne en Ise bekijken

    In het vroege voorjaar zette Erfgoed Gelderland een vacature online met de kop: ‘creatieve filmteams gezocht voor webvideo’s Erfgoedfestival’. Direct na plaatsing stroomden de sollicitaties binnen. Uiteindelijk ontvingen we vijftig mails met voorbeelden van werk. Eén sollicitatie was van twee scholieren.

    Een week na de sollicitatie kreeg ik op mijn persoonlijke nummer een appje: “Hallo Mijke, Afgelopen week heb ik je een mailtje gestuurd over het Erfgoedfestival. Hierin stond ook een video. Ik vroeg me af of je de mail hebt binnen gekregen en of de link van de video geopend kan worden. (…) Graag hoor ik nog van je! Met vriendelijke groeten, Ise.”

    Eerst even terug naar het begin. Het was niet zo dat we geen filmmakers in ons netwerk hadden. Maar, je ziet alleen wat je kent en niet wat je niet kent (Cruyff had het kunnen zeggen). Ik was, op het moment van plaatsen van de vacature, een klein jaar directeur. De plannen voor een compleet nieuw Erfgoedfestival lagen klaar. In die plannen was veel aandacht voor de online beleving van ons erfgoed. Wie interessante en goede online content maakt, kan rekenen op een groot online publiek.

    De leden van Erfgoed Gelderland - meer dan 200 erfgoedlocaties inmiddels - zijn lang niet allemaal even digitaal vaardig. En het festival was dat ook niet. Als we heel eerlijk zijn, moeten we toegeven dat veel websites een soort digitale folders zijn. Brochures met openingstijden, contactgegevens en hoogtepunten uit de collectie. Ook het Erfgoedfestival beschikte over zo’n soort website. En dat is zonde.

    Een website en de daar aan gekoppelde social media zouden namelijk veel meer kunnen zijn. Moéten zijn ook. Gedurende de eerste lockdown kwamen we daar achter. In allerijl zochten musea en archieven naar mogelijkheden om via hun website zichzelf te laten zien. Bewegend beeld is daarbij onontbeerlijk.

    En dat brengt me terug naar de vacature en de sollicitaties. Xanne en Ise Pelt reageerden als een van de eersten. Later zou ik van hun moeder horen dat ze er toch een tijdje over getwijfeld hadden. Want, kon dat wel? Twee scholieren die reageren op een officiële vacature ‘voor grote mensen’? Hun moeder had geantwoord: waarom niet?

    Die simpele tegenvraag leidde tot een sollicitatie. De meiden hadden een film gemaakt, waarin ze lieten zien wat ze allemaal konden. Een van de dingen was stop motion. Ik had dat niet direct allemaal gezien en dat hadden de meisjes ook door. Ik stel me zo voor dat die twee dagelijks op hun YouTube-account keken of er al een view bij gekomen was. Toen ik na een week nóg niets bekeken had, besloten ze mijn nummer op te zoeken en me te appen.

    Lang verhaal kort: de meiden mochten aan de slag voor het Erfgoedfestival. Xanne en Ise werden de eerste juniorvloggers die het festival ooit heeft gehad. Gedurende de zomervakantie bezochten ze vijf erfgoedlocaties en maakten ze zelf stopmotionfilmpjes. Ze werkten heel hard: niets was hen te veel.

    Hun sollicitatie laat zien dat lef en doorzetten je ver brengt. Had ik iedere puber zomaar een dergelijke klus gegeven? Gewoon omdat het zo schattig is wanneer een tiener solliciteert? Nee hoor, zeker niet. Deze dames beschikken over een groot enthousiasme en zijn zeer getalenteerd. Dat gaf vooral de doorslag. Ik ben trots dat het Erfgoedfestival met hen samen mocht werken.

    Bekijk de stopmotionfilmpjes

    Deze blog is geschreven door Mijke Pol, directeur van het Erfgoedfestival (27 september – 31 oktober 2020).

    Alle optredens van het Erfgoedfestival staan online: erfgoedfestival.nl/online.

    Het Erfgoedfestival is een initiatief van Erfgoed Gelderland en wordt mede mogelijk gemaakt door de Provincie Gelderland. Bekijk hier het programma. Op de hoogte blijven? Meld je aan voor de nieuwsbrief.

  • Waarom het festival er zo uitziet

    Erfgoed Gelderland 14-10-2020 640 keer bekeken 1 reacties
    Bericht Waarom het festival er zo uitziet bekijken

    ERFGOEDFESTIVAL 2020
    27 september t/m 31 oktober

    De opmerkzame kijker was het waarschijnlijk al opgevallen dat het Erfgoedfestival compleet anders is dan de afgelopen jaren. Het vindt plaats op een ander tijdstip, met een andere vorm en een andere manier waarop we de inhoud vertellen. Bij zo’n verandering hoort ook een nieuw uiterlijk.

    Over dat uiterlijk heb ik nog te weinig gesproken. Terwijl we er de afgelopen maanden erg druk mee zijn geweest. Want waarom ziet het Erfgoedfestival er grafisch uit, zoals het er nu uitziet?

    De ontwikkeling van een huisstijl is belangrijk. Grafische vormgeving is een vak. Wat mij betreft zou je het, goed aangepakt, ook als een autonome kunst kunnen zien. Te vaak schuiven we ontwerpers en grafische vormgevers in een ondersteunende rol: ze voeren slechts uit wat een communicatie- of marketingafdeling bedacht heeft.

    Het is een interessante discussie. Wanneer is iets ondersteunend en wanneer niet? Bij het Erfgoedfestival zijn we een experiment aangegaan: we hebben alle filmmakers de vrijheid gegeven zelf te bedenken hoe en wat ze wilden filmen. We stuurden tien filmploegen afgelopen zomer de provincie in met die vrijheid. Dat komt vanuit een diep geloof dat mensen bloeien wanneer ze de vrijheid krijgen. Want de basis van die vrijheid is vertrouwen. Vertrouwen in iemands deskundigheid en creativiteit. Daarover in een volgend blog meer.

    Die vrijheid hebben we ook gegeven aan de grafische vormgevers van Studio Boot. Het werk van Boot is op talloze plekken te zien (van postzegels tot boeken) en hangt al jaren in het MoMa in New York. Edwin Vollebergh en Petra Janssen, het duo achter Boot, hebben de smoel van allerlei grote bedrijven, producten, locaties en festivals bepaald. Hoewel het voor grafische vormgevers een horror is om met opdrachtgevers te werken die zeggen ‘doe maar wat’, is het ook behoorlijk vervelend dat allerlei directies en marketeers denken dat ze grafische vormgevers zijn. Of in ieder geval: dat ze hun eigen smaak te vaak verwarren met kennis. En dat, als een directeur iets niet ‘mooi’ vindt, er direct nieuwe versies gemaakt moeten worden.

    Boot heeft van het Erfgoedfestival de vrijheid gekregen. We hebben lange gesprekken met hen gevoerd over het festival, over de locaties in Gelderland en over erfgoed in het algemeen. Daarbij hebben we ook een duidelijke wens geformuleerd: de inhoud van het festival (de samenwerking tussen kunst en erfgoed, waardoor historische thema’s naar de actualiteit getrokken worden) moet op een of andere manier terugkomen in de vormgeving. Op deze manier wordt vrijheid niet hetzelfde als ‘doe maar wat’.

    Ik vind dat Boot iets heel moois heeft afgeleverd. Hoewel dat meteen ook weer niet belangrijk is: of ik het mooi vind, is absoluut niet relevant. Of het wérkt wel. Wat mij betreft heeft het Erfgoedfestival een actuele, frisse uitstraling gekregen. En is het een vormgeving die dienend en aanvullend is aan de inhoud. Op deze manier is vormgeving niet zozeer alleen ondersteunend. Ik kan zelfs stellen dat het werk van Boot op gelijke voet staat met dat van de makers die in residentie zijn gegaan. Daarmee is grafische vormgeving een autonome kunstvorm geworden én draagt het bij aan de complete online beleving en programmering van het Erfgoedfestival.

    Op de deskundigheid van iemand anders vertrouwen is geen vanzelfsprekendheid in veel samenwerkingen. Maar dat zou het wel moeten zijn. Het levert de mooiste resultaten op.

    Deze blog is geschreven door Mijke Pol, directeur van het Erfgoedfestival (27 september – 31 oktober 2020). De nieuwe werken van TyphoonJaap RobbenAnne Soldaat & Clean Pete en Suzanne Liem, Farida Nabibaks en Roos Rebergen staan inmiddels online. Elke zondag verschijnen er nieuwe optredens op erfgoedfestival.nl/online.

    Het Erfgoedfestival is een initiatief van Erfgoed Gelderland en wordt mede mogelijk gemaakt door de Provincie Gelderland. Bekijk hier het programma. Op de hoogte blijven? Meld je aan voor de nieuwsbrief.

  • Eindelijk weer

    Erfgoed Gelderland 07-10-2020 654 keer bekeken 0 reacties
    Bericht Eindelijk weer bekijken

    ERFGOEDFESTIVAL 2020
    27 september t/m 31 oktober

    Ze stonden er allemaal zondag 27 september. Alle kunstenaars die de afgelopen zomer in residentie waren in de provincie, toonden aan genodigden in Arnhem de resultaten. En natuurlijk was alles anders: we zaten immers tussen twee persconferenties van Rutte in. Waren we een week later geweest, dan had het feest misschien wel helemaal niet door kunnen gaan.

    We hadden die zondag allemaal het gevoel dat we niet alleen de opening van het Erfgoedfestival en de Maand van de Geschiedenis organiseerden. Voor veel makers was het de eerste keer dat ze weer op het podium stonden. Voor het eerst in een half jaar hadden zij een live publiek, was er licht, een regiedraaiboek, een technische doorloop en een applaus. Het was kortom veel meer dan een opening: het was als boven komen na veel te lang zwemmen onder water. Of, zoals muzikant Marike Jager later zei: ‘fijn dat we die nog hebben meegepikt’.

    Ook voor veel mensen in het publiek was het de eerste keer dat ze weer in een schouwburg zaten. Net als dat voor mijzelf het geval was. Ik moet bekennen dat ik sinds februari geen voorstelling of concert meer bezocht had. Gewoon omdat het niet noodzakelijk was en ik – net als zoveel mensen – de niet noodzakelijke zaken als eerste geschrapt had.

    Het emotioneerde me om te kunnen zien waar we zo lang vanachter onze computers aan hebben gewerkt. De optredens van Mr. Weazley, Jaap Robben en Typhoon werden live gestreamd. Al het andere is opgenomen en wordt deze maand in delen gedeeld. Elke woensdag en zondag verschijnt er hier online nieuwe content.

    Het is fijn dat we deze oplossing hebben, maar het is ook lastig. Want in hoeverre is publiek bereid om die content – optredens krijgen opeens een hele lelijke Engelse term in de marketing – te bekijken? Het is iets waar we samen met alle erfgoedlocaties en kunstenaars achter moeten komen deze maand. Groot voordeel is in ieder geval dat internet en social media niet aan grenzen doen: heel Nederland is opeens ons podium. Het geeft Gelderland de kans om te laten zien dat het erfgoed en kunst van internationaal niveau heeft. Dat is iets wat wij al lang wisten, maar waar lang niet iedereen weet van heeft.

    Deze blog is geschreven door Mijke Pol, directeur van het Erfgoedfestival (27 september – 31 oktober 2020). De nieuwe werken van Typhoon, Jaap Robben, Anne Soldaat & Clean Pete en Suzanne Liem staan inmiddels online. Elke zondag verschijnen er nieuwe optredens op erfgoedfestival.nl/online.

    Het Erfgoedfestival is een initiatief van Erfgoed Gelderland en wordt mede mogelijk gemaakt door de Provincie Gelderland. Bekijk hier het programma. Op de hoogte blijven? Meld je aan voor de nieuwsbrief.

    Foto: Rob van Oijen

  • Een festival tijdens corona: kan dat wel?

    Erfgoed Gelderland 15-09-2020 716 keer bekeken 0 reacties
    Bericht Een festival tijdens corona: kan dat wel? bekijken

    ERFGOEDFESTIVAL 2020
    27 september t/m 31 oktober

    Het went niet. De 1,5 meter niet. De testen niet. De cijfers van besmettingen niet. De onzekerheid niet.

    Aan het begin van dit jaar zagen de plannen voor het Erfgoedfestival er totaal anders uit. Het festival zou plaatsvinden in het Nederlands Openluchtmuseum, op diverse podia en door het gehele park zouden er concerten en voorstellingen zijn.  Geschat aantal bezoekers: minstens 3000. Daarna zou het festival gaan rondreizen, met extra voorstellingen door de gehele provincie. In kleine en grote zalen. Hutjemutje. Dat sowieso, want alles zou gratis zijn. Ook het concert van Akwasi. Ook dat van Typhoon.

    En toen kwam het nieuwe normaal. Een normaal waarin culturele instellingen hun deuren moesten sluiten en nu – maanden later – zich moeten beraden op de toekomst. We leven in een tijd waarin artiesten proberen op te treden, maar het zoeken is naar een rendabel verdienmodel. Dertig mensen in een zaal is leuk, maar daarmee zijn de kosten niet gedekt. En met het thuiszitten van een artiest, zitten er nog veel meer mensen thuis. De technici, de mensen van de schouwburg, de cateringmedewerkers, de decorontwerpers, de grafisch vormgevers, de fotografen, de festivalmedewerkers, alle freelancers, de communicatie-afdeling, de schoonmakers, de …. Het is net Schiphol.

    Tijdens de lockdown hebben we heel hard gewerkt om de plannen coronaproof te maken. Dat was lastig, want hoe plan je een programma in zulke onzekere tijden? We zijn drie keer gewisseld van locatie. En met het aantal draaiboeken dat uiteindelijk niet handig bleek, kun je een papierbak vullen. Maar nu zijn we er. Hopelijk. Op 27 september opent het Erfgoedfestival vanuit Musis in Arnhem. Met een programma dat in tweeën gedeeld is, zodat we twee keer 200 mensen in de zaal kunnen laten. Met een strikte genodigdenlijst, liters handgel en dozen vol mondkapjes. Maar nog belangrijker: met een livestream van de eerste optredens. En daarna wekelijks nieuwe optredens online, zodat zoveel mogelijk mensen de resultaten kunnen zien.

    Het wordt spannend. Gaat het lukken om een groot publiek te betrekken bij de online content? Vinden mensen het leuk om live te chatten met de artiesten? Of zit eigenlijk niemand daar op te wachten? En wanneer vinden we het festival geslaagd? Meer dan ooit zetten we in op online marketing en we doen mee aan een onderzoek van DEN (Kennisinstituut cultuur & digitalisering). Samen met hen proberen we antwoord te kunnen geven op deze vragen.

    In de tussentijd zit ik thuis. Net als mijn vaste programmeur en productieleider Marit. Zo hadden we dat tijden geleden al besloten. Twee weken voordat het festival van start zou gaan, zouden we in thuisisolatie verblijven. En met mij het hele gezin. Onze twee peuterdochters gaan niet meer naar dansles en spelen doen we in het bos, in plaats van in de speeltuin. Alle boodschappen worden bezorgd en er komt niemand in huis. Ook niet op 1.5 meter afstand. Zo hopen we te controleren, wat eigenlijk niet te controleren is. Maar in ieder geval verkleinen we de kans aanzienlijk op het krijgen van een loopneus. Want zoiets kleins gooit alles weer overhoop.

    Deze blog is geschreven door Mijke Pol, directeur van het Erfgoedfestival (27 september – 31 oktober 2020). Tien kunstenaars zijn deze zomer in residentie op tien Gelderse erfgoedlocaties. Het resultaat van hun verblijf wordt gepresenteerd tijdens het Erfgoedfestival, dat hoofdzakelijk online plaats gaat vinden. Het Erfgoedfestival is een initiatief van Erfgoed Gelderland en wordt mede mogelijk gemaakt door de Provincie Gelderland. Bekijk hier het volledige programma. Op de hoogte blijven? Meld je aan voor de nieuwsbrief.

    Foto: Wikimedia Commons, Arnhemcity12, CC BY-SA 4.0

Cookie-instellingen
Cookie-instellingen sluiten

Cookie-instellingen wijzigen

Deze website maakt gebruik van cookies. Cookies worden onder andere gebruikt voor het bijhouden van statistieken, het opslaan van voorkeuren, het optimaliseren van deze website, de integratie van social media en marketingdoeleinden. Lees meer over cookies en jouw privacy in ons cookieverklaring. Wij gebruiken de hieronder genoemde soorten cookies.


Deze cookies gebruiken we om de basisfuncties van deze website te kunnen laten draaien en om inzicht te krijgen in het gebruik. Deze cookies verzamelen nooit persoonsgegevens. Deze cookies zijn noodzakelijk voor het functioneren van de website en worden daarom altijd geplaatst.

Deze cookies verzamelen gegevens zodat we inzicht krijgen in het gebruik en deze website verder kunnen verbeteren.

Indien u deze toestaat, worden deze cookies gebruikt door aanbieders van externe content die op deze website kan worden getoond. In sommige gevallen gaat het daarbij om marketing- en/of tracking cookies, die het gedrag van bezoekers vastleggen en op basis daarvan gepersonaliseerde advertenties tonen op andere websites.